Alle soorten › Zangvogels › Batissen en lelogen › Angolese vliegenvanger

Angolese vliegenvanger | Batis minulla

Angola Batis | Batis Angoleño

De Angolese vliegenvanger is een kleine batis van het noordwesten van Angola en het benedenstroomgebied van de Congo. In het gebied is hij beperkt tot Angola, waar hij in galerijbos en dicht struweel in de kustvlakte en aan de voet van het randgebergte plaatselijk algemeen is.

Angolese vliegenvanger (Batis minulla)
Foto: caramiburger — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een reeks hoge, piepende tonen, zie-zie-zie-zie-zie, die wel vergeleken wordt met een piepende fietspomp. Daarnaast droge tsjirpjes en vleugelgeklapper.

Luister: ZangXC699951

Opname: Ken Behrens — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10 cm. Het mannetje heeft een blauwgrijs voorhoofd en dito kruin, een kleine witte vlek op de teugel, een glanzend zwart masker, een grijze rug, een witte vleugelstreep en een witte onderzijde met een zwarte borstband. Het vrouwtje is gelijk, maar heeft een kastanjebruine borstband. Het oog is geel. Klein, gedrongen en kortstaartig; leeft alleen of in paren.

Verwarrings­soorten

De witflankvliegenvanger Batis molitor is groter, met een duidelijke witte wenkbrauwstreep in plaats van een teugelvlek en bij het vrouwtje een kastanjebruine kinvlek. Boultons vliegenvanger Batis margaritae van hooggelegen bos en miombo in het binnenland is groter en langstaartiger, met een donkergrijze kruin en rug. De westelijke savannevliegenvanger Batis erlangeri heeft een zwarte kruin. De priritvliegenvanger Batis pririt van het droge zuidwesten heeft bij het mannetje gevlekte flanken.

Leefgebied

Secundair bos en galerijbos, dicht, door Croton gedomineerd bos en aangrenzend struweel, plaatselijk ook droog bosveld en schaduwrijke koffieplantages. Vangt insecten in korte vluchtjes vanuit de middelste etage.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noordwesten en westen van Angola: van de benedenloop van de Congo zuidwaarts door de kustvlakte en de voet van het randgebergte, in elk geval tot het Nationaal Park Quiçama ten zuiden van Luanda. Daarbuiten in het westen van Congo-Kinshasa; voorkomen in het zuidoosten van Gabon is onbevestigd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het Nationaal Park Quiçama, op enkele uren rijden van Luanda, is de meest bezochte plek, en de soort wordt op Angolareizen regelmatig gezien. Luister naar de piepende ‘fietspomp’-reeks in dicht struweel en galerijbos.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; binnen zijn kleine verspreidingsgebied plaatselijk algemeen. Het bos en struweel rond Luanda en langs het randgebergte staan onder druk van houtskoolproductie en akkerbouw.

Wetenschappelijke naam

Batis minulla | (Bocage, 1874)

Bocage beschreef de soort in 1874 als Platystira minulla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Batis werd in 1833 ingevoerd door Boie. Batis is een Grieks woord voor een niet te identificeren, wormen etende vogel die Aristoteles noemt; Boie gaf de naam in 1833 aan deze kleine Afrikaanse vliegenvangers. minulla is een Latijns verkleinwoord van minor, 'zeer klein', naar het geringe formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bibala, provincie Namibe, Angola.