Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Australische jan-van-gent
Australische jan-van-gent | Morus serrator
Australasian Gannet | Alcatraz Australiano
De Australische jan-van-gent is een zeldzame gast uit Australië en Nieuw-Zeeland die zich in de kolonies van de Kaapse jan-van-gent vestigt. Sommige vogels blijven jarenlang, vormen paren met Kaapse jan-van-genten en brengen zelfs jongen groot.
Geluid
Als de Kaapse jan-van-gent: in de kolonie een rauw, nasaal arrah-arrah, op zee meestal zwijgzaam.
Opname: Chris Benesh — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
84–91 cm lang, spanwijdte 170–180 cm; iets kleiner dan de Kaapse jan-van-gent. Wit met een okergele kop en nek, zwarte handpennen en armpennen en een staart met zwarte middelste veren en witte buitenste veren. De zwarte keelstreep is kort, ongeveer een derde van die van de Kaapse jan-van-gent. De snavel is blauwgrijs met zwarte groeven, het oog lichtblauw met een blauwe oogring. Jonge vogels zijn donkerbruin met witte spikkels en niet van jonge Kaapse jan-van-genten te onderscheiden.
Verwarringssoorten
De Kaapse jan-van-gent (Morus capensis) heeft een geheel zwarte staart en een lange keelstreep die tot ver over de hals omlaag loopt. De jan-van-gent (Morus bassanus) heeft witte armpennen en een geheel witte staart. Hybriden tussen de Australische jan-van-gent en de Kaapse jan-van-gent komen voor en tonen tussenliggende kenmerken; let daarom op keelstreep en staart samen.
Leefgebied
Koele kustwateren boven het continentaal plat. In het gebied broedt hij tussen de Kaapse jan-van-genten op vlakke, kale guano-eilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied een zeldzame maar regelmatige gast in de kolonies van de Kaapse jan-van-gent: Malgas in de Saldanhabaai, Bird Island bij Lambertsbaai en Bird Island in de Algoabaai in Zuid-Afrika, en Possession en Ichaboe in Namibië. Geringde vogels wisselen van kolonie; in 2023–2024 verbleven er vier tegelijk op Bird Island bij Lambertsbaai. De soort broedt in Zuidoost-Australië, op Tasmanië en in Nieuw-Zeeland.
Hoe en wanneer kijken
Zoek vanuit de kijkhut op Bird Island bij Lambertsbaai tussen de broedende vogels naar een exemplaar met een korte keelstreep; bij een vliegende of zich strekkende vogel zijn de witte buitenste staartpennen goed te zien. Vogels worden vaak jaren achtereen op dezelfde plek teruggevonden.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de populatie in Australië en Nieuw-Zeeland neemt toe en vestigt nieuwe kolonies. Het toenemende aantal vogels in zuidelijk Afrika wordt in verband gebracht met die groei en met veranderingen in de oceaan.
Wetenschappelijke naam
Morus serrator | (Gray, 1843)
Gray beschreef de soort in 1843 als Pelecanus serrator; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Morus komt van het Griekse moros, 'dwaas' — dezelfde stam als het Engelse 'booby' voor verwante jan-van-genten, naar de weinig schuwe, onhandig ogende houding van de vogels aan land bij hun broedkolonies. serrator is Latijn voor 'zager' — naar de fijn gezaagde randen van de snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tasmanië, Australië.

