Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Roodpootgent

Roodpootgent | Sula sula

Red-Footed Booby | Piquero Patirrojo

De roodpootgent is de kleinste gent, een tropische zeevogel met knalrode poten die als enige gent in bomen en struiken broedt. In het gebied is hij een zeldzame gast; de dichtstbijzijnde kolonie ligt op het eiland Europa in het Kanaal van Mozambique.

Roodpootgent (Sula sula)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de kolonie een rauw, ratelend karrr-karrr en een schor gekwaak.

Luister: RoepXC815569

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

66–77 cm lang, spanwijdte 124–142 cm. Slank, met lange, smalle vleugels en een spitse staart. Volwassen vogels hebben rode poten en een lichtblauwe snavel met roze basis en blauw rond het oog. Er zijn meerdere kleurvormen: de witte vorm is wit met zwarte handpennen en armpennen en een zwarte vlek op de ondervleugel bij de pols; de bruine vorm is geheel grijsbruin; tussenvormen hebben een bruin lichaam met witte staart. Jonge vogels zijn grijsbruin met een donkere snavel en grijze tot geelachtige poten. Vliegt licht en behendig en duikt schuin in zee.

Verwarrings­soorten

De bruine gent (Sula leucogaster) heeft een scherp afgezette witte buik en een gelige snavel. De Kaapse jan-van-gent (Morus capensis) is veel groter en zwaarder, met een goudgele kop en blauwgrijze snavel. De maskergent (Sula dactylatra), die in het gebied zeer zeldzaam is, is groter, heeft een zwart gezichtsmasker, een gele snavel en een zwarte staart. Jonge roodpootgenten zijn uniform bruin, zonder de scherpe grens van de bruine gent.

Leefgebied

Warme, tropische open oceaan, vaak ver uit de kust. Jaagt in groepen op vliegende vissen en inktvis, ook 's nachts en in de schemering. Broedt in kolonies op struiken en lage bomen van eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een zeldzame gast voor de kust van Mozambique en KwaZulu-Natal, soms na cyclonen aangespoeld; enkele vogels ook voor de kust van Namibië en de Westkaap, vermoedelijk uit de Atlantische Oceaan. Daarbuiten broedt de soort op tropische eilanden in de Indische Oceaan, zoals Europa en Aldabra, in de Stille Oceaan en in de Atlantische Oceaan, onder meer op Trindade en Fernando de Noronha.

Hoe en wanneer kijken

Pelagische tochten voor Zuid-Mozambique in de zomer bieden de beste kans. Vermoeide vogels landen soms op boten en worden daar tot in havens meegevoerd; controleer masten en boeien. Bij een witte gent met rode poten en een zwarte polsvlek onder de vleugel is de determinatie rond.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de populatie neemt af. Op veel eilanden vormen ingevoerde ratten en katten, het kappen van nestbomen en het vangen van vogels en eieren de grootste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Sula sula | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Pelecanus Sula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. sula komt van het Oudnoorse en IJslandse súla, de naam voor de jan-van-gent. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barbados (later aangewezen).