Alle soorten › Zangvogels › Afrikaanse zangers › Baardgrasvogel
Baardgrasvogel | Melocichla mentalis
Moustached Grass Warbler | Yerbera Bigotuda
De baardgrasvogel is een forse, bruine zanger van ruig gras langs beken en bosranden, met een zwarte baardstreep en een brede staart. Hij is wijdverbreid in tropisch Afrika en bereikt in het gebied de oostelijke hooglanden van Zimbabwe als zuidgrens. Zijn luide, snelle zang is vaak het eerste teken van zijn aanwezigheid.
Geluid
Een luide, snelle en vrolijke zang van heldere tonen, zoals tip-tip-tsjiwie-tsjoewie-tsjeroe, vaak vanaf een hoge grasstengel of struik. Daarnaast een droog, mus-achtig tsjuk en een raspend alarmgeluid.
Opname: Oliver Fowler — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–20 cm. De bovendelen zijn ongestreept warm bruin, de kruin iets roestiger. Een witte wenkbrauwstreep, een witte keel en een smalle zwarte baardstreep maken de kop opvallend. De onderzijde is lichtoker, op borst en flanken warmer bruin getint. De staart is lang, breed en afgerond, donkerbruin met lichtere toppen, en wordt vaak gespreid. De snavel is vrij zwaar. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een zwakkere baardstreep.
Verwarringssoorten
De Kaapse grasvogel Sphenoeacus afer heeft een zwaar gestreepte rug, een roestbruine kruin en een lange, spitse, rafelige staart. De waaierstaartzanger Catriscus brevirostris is kleiner, zonder baardstreep, met een nog bredere, donkere staart. De Natalgraszanger Cisticola natalensis heeft een gestreepte rug, een dikke snavel en een kortere staart, en ‘kwaakt’. De moerasstruikzanger Bradypterus baboecala is kleiner en donkerder, zonder baardstreep, en leeft in rietmoeras.
Leefgebied
Hoog, ruig gras en varens langs beken, vleien en moerasranden, aan bosranden en in verwilderde akkers, zowel in hoogland als in laagland. Leeft verscholen laag in de vegetatie en komt vooral bij het zingen naar boven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied in het noorden en midden van Angola (vooral op het centrale plateau), in het grootste deel van Zambia en Malawi, in het midden en noorden van Mozambique (onder meer rond de Gorongosa) en in de oostelijke hooglanden van Zimbabwe (Nyanga, Vumba, Chimanimani). Ontbreekt in Botswana, Namibië en Zuid-Afrika. Daarbuiten wijdverbreid van West-Afrika oostwaarts tot Ethiopië en Kenia.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. In Zimbabwe het makkelijkst in de ruige graslanden en bosranden van Nyanga en de Vumba. Zoek in het regenseizoen naar zingende vogels bovenop graspollen; daarbuiten verraadt hij zich vooral door zijn roep uit dichte begroeiing.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; wijdverbreid en plaatselijk algemeen. Profiteert soms van ruige begroeiing op braakliggend land, maar verdwijnt waar vleien en oevers worden drooggelegd of intensief begraasd.
Wetenschappelijke naam
Melocichla mentalis | (Fraser, 1843)
Fraser beschreef de soort in 1843 als Drymoica mentalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melocichla werd in 1857 ingevoerd door Hartlaub. Melocichla komt van het Griekse melos, 'lied', en kichlē, 'lijster' — een 'zanglijster', naar de luide, melodieuze zang. mentalis komt van het Latijnse mentum, 'kin' — naar de witte kin en de zwarte baardstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Accra, Ghana.

