Alle soorten › Zangvogels › Afrikaanse zangers › Baardgrasvogel

Baardgrasvogel | Melocichla mentalis

Moustached Grass Warbler | Yerbera Bigotuda

De baardgrasvogel is een forse, bruine zanger van ruig gras langs beken en bosranden, met een zwarte baardstreep en een brede staart. Hij is wijdverbreid in tropisch Afrika en bereikt in het gebied de oostelijke hooglanden van Zimbabwe als zuidgrens. Zijn luide, snelle zang is vaak het eerste teken van zijn aanwezigheid.

Baardgrasvogel (Melocichla mentalis)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, snelle en vrolijke zang van heldere tonen, zoals tip-tip-tsjiwie-tsjoewie-tsjeroe, vaak vanaf een hoge grasstengel of struik. Daarnaast een droog, mus-achtig tsjuk en een raspend alarmgeluid.

Luister: ZangXC1135602

Opname: Oliver Fowler — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm. De bovendelen zijn ongestreept warm bruin, de kruin iets roestiger. Een witte wenkbrauwstreep, een witte keel en een smalle zwarte baardstreep maken de kop opvallend. De onderzijde is lichtoker, op borst en flanken warmer bruin getint. De staart is lang, breed en afgerond, donkerbruin met lichtere toppen, en wordt vaak gespreid. De snavel is vrij zwaar. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een zwakkere baardstreep.

Verwarrings­soorten

De Kaapse grasvogel Sphenoeacus afer heeft een zwaar gestreepte rug, een roestbruine kruin en een lange, spitse, rafelige staart. De waaierstaartzanger Catriscus brevirostris is kleiner, zonder baardstreep, met een nog bredere, donkere staart. De Natalgraszanger Cisticola natalensis heeft een gestreepte rug, een dikke snavel en een kortere staart, en ‘kwaakt’. De moerasstruikzanger Bradypterus baboecala is kleiner en donkerder, zonder baardstreep, en leeft in rietmoeras.

Leefgebied

Hoog, ruig gras en varens langs beken, vleien en moerasranden, aan bosranden en in verwilderde akkers, zowel in hoogland als in laagland. Leeft verscholen laag in de vegetatie en komt vooral bij het zingen naar boven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in het noorden en midden van Angola (vooral op het centrale plateau), in het grootste deel van Zambia en Malawi, in het midden en noorden van Mozambique (onder meer rond de Gorongosa) en in de oostelijke hooglanden van Zimbabwe (Nyanga, Vumba, Chimanimani). Ontbreekt in Botswana, Namibië en Zuid-Afrika. Daarbuiten wijdverbreid van West-Afrika oostwaarts tot Ethiopië en Kenia.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. In Zimbabwe het makkelijkst in de ruige graslanden en bosranden van Nyanga en de Vumba. Zoek in het regenseizoen naar zingende vogels bovenop graspollen; daarbuiten verraadt hij zich vooral door zijn roep uit dichte begroeiing.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; wijdverbreid en plaatselijk algemeen. Profiteert soms van ruige begroeiing op braakliggend land, maar verdwijnt waar vleien en oevers worden drooggelegd of intensief begraasd.

Wetenschappelijke naam

Melocichla mentalis | (Fraser, 1843)

Fraser beschreef de soort in 1843 als Drymoica mentalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melocichla werd in 1857 ingevoerd door Hartlaub. Melocichla komt van het Griekse melos, 'lied', en kichlē, 'lijster' — een 'zanglijster', naar de luide, melodieuze zang. mentalis komt van het Latijnse mentum, 'kin' — naar de witte kin en de zwarte baardstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Accra, Ghana.