Alle soorten › Zangvogels › Wielewalen › Blauwvleugelwielewaal

Blauwvleugelwielewaal | Oriolus brachyrynchus

Western Oriole | Oropéndola Cabecinegra

De blauwvleugelwielewaal is een wielewaal van het West- en Centraal-Afrikaanse regenwoud die binnen het gebied alleen het bosrijke noordwesten van Angola bereikt. Hij lijkt sterk op de bekendere maskerwielewaal, maar is kleiner en heeft grijs gerande vleugels; wie in Cabinda of het bos van Uíge een zwartkopwielewaal ziet, moet goed kijken welke van drie soorten het is.

Blauwvleugelwielewaal (Oriolus brachyrynchus)
Foto: Zac Peterson — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Heldere, vloeiende fluittonen, vaak in korte frasen van drie of vier noten zoals hoe-wie-lie-oe, en een nasale, katachtige njèè of mjaah. De zang is minder vol dan die van de maskerwielewaal.

Luister: ZangXC762102

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–21 cm. Kop, keel en bovenste deel van de borst zijn zwart. Een smalle gele nekband scheidt de kop van de olijfgroene mantel. De onderzijde is goudgeel. De vleugels zijn zwart met blauwgrijs gerande armpennen en tertials, die samen een grijzig paneel vormen, en een klein wit of lichtgeel vlekje op de handpenndekveren. De middelste staartpennen zijn olijfgroen, de buitenste zwart met gele toppen. Snavel roze-rood, oog rood. De geslachten zijn gelijk. Jonge vogels hebben een doffe, olijf gestreepte kop, een gestreepte keel en een donkere snavel.

Verwarrings­soorten

De zwartvleugelwielewaal Oriolus nigripennis komt in hetzelfde bos voor en is even groot, maar heeft geheel zwarte vleugels zonder grijs paneel en zwarte middelste staartpennen; de mantel is geliger. De maskerwielewaal Oriolus larvatus is groter, heeft een gelere mantel, zwarte vleugels met witte randen en een duidelijke witte vleugelvlek, en leeft in bosveld eerder dan in regenwoud.

Leefgebied

Kronendak en middenlaag van vochtig laaglandbos, galerijbos, oud secundair bos en de overgang van bos naar savanne, ook in schaduwrijke koffieplantages. Foerageert op rupsen en andere insecten en op vruchten, vaak in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noordwesten van Angola: Cabinda en de bosgebieden van de provincies Zaire, Uíge en Cuanza Norte, zuidwaarts langs het beboste escarpment. Daarbuiten van Guinee en Sierra Leone door de regenwoudzone van West- en Centraal-Afrika tot in het Congobekken en Oeganda.

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem in het kronendak van het Maiombe-bos in Cabinda of in de koffiebossen van Uíge, en volg de nasale roep. Bij een zwartkopwielewaal in dit bos let je eerst op de vleugel: grijs paneel betekent deze soort, geheel zwart de zwartvleugelwielewaal.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen in grote delen van het areaal. In Angola is het leefgebied klein en staat het bos onder druk door houtkap en de omzetting in landbouwgrond, maar de soort verdraagt secundair bos en plantages redelijk.

Wetenschappelijke naam

Oriolus brachyrynchus | Swainson, 1837

Swainson beschreef de soort in 1837 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Oriolus werd in 1766 ingevoerd door Linnaeus. Oriolus is middeleeuws Latijn voor de Wielewaal; de naam is klanknabootsend en weerspiegelt de melodieuze roep van de Wielewaal. brachyrynchus komt van het Griekse brakhus, 'kort', en rhunkhos, 'snavel' — naar de betrekkelijk korte snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sierra Leone.