Alle soorten › Zangvogels › Wielewalen › Groenkopwielewaal

Groenkopwielewaal | Oriolus chlorocephalus

Green-Headed Oriole | Oropéndola Cabeciverde

De groenkopwielewaal is de meest gezochte wielewaal van zuidelijk Afrika: een geel-groene boomkruinbewoner met een mosgroene kop en blauwgrijze vleugels, die binnen het gebied alleen op een handvol geïsoleerde bergen in Mozambique voorkomt. Wie op de Gorongosa-berg naar het bergbos klimt, hoort hem eerder dan hij hem ziet.

Groenkopwielewaal (Oriolus chlorocephalus)
Foto: Marc Henrion — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Heldere, vloeiende fluittonen zoals bij andere wielewalen, maar vaak wat hoger en gevarieerder: een melodieus hoe-wie-oe of tjoe-lie-oe, afgewisseld met korte, fluitende frasen. Daarnaast een schorre, nasale kwèèr als contactroep of bij onraad.

Luister: ZangXC763287

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–24 cm. Kop, keel en bovenborst zijn olijf- tot mosgroen, zonder zwart. De mantel is geelgroen, de onderzijde en een smalle nekband helder goudgeel. De vleugels zijn blauwgrijs met een opvallende witte vlek op de handpenndekveren; de staart is groen met gele uiteinden aan de buitenste pennen. De snavel is koraalroze, het oog rood. De geslachten zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met fijne donkere streepjes op keel en borst en een donkere snavel. Houdt zich meest hoog in het kronendak op, vaak in gemengde groepen.

Verwarrings­soorten

De maskerwielewaal Oriolus larvatus heeft een zwarte kop en keel en zwarte vleugels met witte randen; op de Gorongosa-berg leeft hij vooral lager, in bosveld en aan de bosrand, maar de twee raken elkaar aan de onderrand van het bergbos. Zingend in dicht blad lijken ze sterk op elkaar; zoek de kopkleur en de grijze vleugel. De Afrikaanse wielewaal Oriolus auratus is bijna geheel goudgeel met een zwarte oogstreep en komt niet in bergbos.

Leefgebied

Groenblijvend berg- en middelhoog bos, in Mozambique vooral tussen ongeveer 900 en 1900 m, met een voorkeur voor het hoge kronendak en bosranden met vruchtdragende bomen. Eet grote insecten, rupsen en vruchten, en sluit zich aan bij gemengde foerageergroepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in Mozambique, op geïsoleerde bergen met bergbos: de Gorongosa-berg (waar een eigen ondersoort leeft), en noordelijker de Namuli-, Mabu- en Chiperone-massieven. Daarbuiten in bergbossen van Tanzania, vooral in de Eastern Arc-gebergten, met uitlopers tot in zuidoostelijk Kenia.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De Gorongosa-berg is de klassieke plek: vertrek vroeg met een gids vanuit het nationale park en luister in het bos boven de koffieplantages naar de fluittonen. Kijk dan naar boven tussen vruchtdragende bomen; de witte vleugelvlek is in vlucht het beste kenmerk.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in zuidelijk Afrika zeer lokaal en kwetsbaar. De bergbossen van Mozambique zijn klein en versnipperd en krimpen door ontginning, branden en houtkap; bescherming van het bos op de Gorongosa-berg en op Namuli en Mabu is bepalend voor het voortbestaan van de populaties in het gebied.

Wetenschappelijke naam

Oriolus chlorocephalus | Shelley, 1896

Shelley beschreef de soort in 1896 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Oriolus werd in 1766 ingevoerd door Linnaeus. Oriolus is middeleeuws Latijn voor de Wielewaal; de naam is klanknabootsend en weerspiegelt de melodieuze roep van de Wielewaal. chlorocephalus komt van het Griekse khlōros, 'groen', en kephalē, 'kop' — naar de groene kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mount Chiradzulu, Malawi.