Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Bocages janfrederik

Bocages janfrederik | Sheppardia bocagei

Bocage's Akalat | Akelat de Bocage

Bocages janfrederik is een kleine, oranjeborstige roodborstachtige van dichte bosstroken langs beken in het hoogland van Angola en het noordwesten van Zambia. Hij leeft verborgen in de ondergroei van galerijbos en wordt vooral aan zijn zang opgemerkt.

Bocages janfrederik (Sheppardia bocagei)
Foto: Tom Field — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een reeks heldere, zuivere fluittonen in korte frasen, stijgend en dalend en vaak herhaald vanuit dekking, vooral bij zonsopkomst en in de schemering. Het alarm is een droog, ratelend trrrt; roept ook een zacht tsiep.

Luister: ZangXC660736

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een compacte akalat van 13 tot 14 cm. Kruin en bovenzijde zijn olijfbruin, de kruin iets grijziger; stuit en staart zijn warm roodbruin. Het gezicht, de keel en de borst zijn helder oranjerood, overgaand in een witachtige buik met olijfkleurige flanken. Het oog is groot en donker, de poten roze-bruin. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn donker met okervlekken. Hopt laag door de ondergroei en over de bosbodem, vaak dicht bij stromend water.

Verwarrings­soorten

De grijsvleugeljanfrederik (Sheppardia polioptera) heeft een grijze kruin en nek, een witte wenkbrauwstreep en grijze randen aan de vleugelveren, en is een uitbundige imitator. De Gabela-akalat (Sheppardia gabela) is kleiner en doffer oranjebruin, en leeft alleen in het escarpmentbos rond Gabela. De witbrauwlawaaimaker (Cossypha heuglini) is groter, met een zwarte kop, brede witte wenkbrauw en oranje staart met donker midden. Let op de oranjerode kop zonder witte streep.

Leefgebied

Dichte ondergroei van groenblijvend galerijbos langs beken en rivieren, moerasbos en vochtige bosresten in ravijnen, in Angola ook submontaan bos op de hellingen van het centrale hoogland, meestal tussen 1100 en 2000 m. Foerageert op de grond en laag in de ondergroei op insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In Angola in het westelijk-centrale hoogland (Huambo, Bié, Benguela en Cuanza Sul, onder meer op de Moco-berg en in de bosresten van het Bailundo-hoogland) en plaatselijk in het noorden van het land. In Zambia in het noordwesten, vooral in de bosstroken van het Mwinilunga-district, en plaatselijk in het noorden. Buiten het gebied in het zuiden en oosten van Congo-Kinshasa, het westen van Tanzania en geïsoleerde bergbossen van Kameroen, Nigeria en Bioko.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zambia zijn de galerijbossen rond Mwinilunga en de bronnen van de Zambezi een goede plek; in Angola de bosresten op de Moco-berg. Loop langs de rand van een bosstrook en luister naar de heldere fluitfrasen; een korte ratel verraadt de plek waar de vogel zit. Geduldig wachten bij een open plek aan een beek levert het meest op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot, maar versnipperd verspreidingsgebied. Binnen het gebied gaan de galerij- en bergbossen achteruit door kap, akkerbouw tot aan de beekoevers en branden, vooral in het Angolese hoogland, waar de bosresten op de Moco-berg klein en kwetsbaar zijn.

Wetenschappelijke naam

Sheppardia bocagei | (Finsch & Hartlaub, 1870)

Finsch & Hartlaub beschreef de soort in 1870 als Cossypha bocagei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sheppardia werd in 1909 ingevoerd door Haagner. Sheppardia eert P. A. Sheppard, boer en vogelverzamelaar bij Beira in Mozambique, die het eerste exemplaar van de blauwvleugelakalat vond. bocagei eert de Portugese zoöloog José Vicente Barbosa du Bocage (1823–1907), kenner van de Angolese fauna. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bibala, provincie Namibe, Angola.