Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Sharpes akalat

Sharpes akalat | Sheppardia sharpei

Sharpe's Akalat | Akelat de Sharpe

Sharpes akalat is een kleine, onopvallende roodborstachtige van de ondergroei van bergbossen in het noorden van Malawi en het aangrenzende noordoosten van Zambia. Binnen het gebied is hij een specialiteit van het Nyika-plateau en de Misuku-heuvels.

Sharpes akalat (Sheppardia sharpei)
Foto: Alex R — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een korte, ijle en hoge reeks van enkele fluittonen, vaak in wisselende volgorde, zacht en moeilijk te lokaliseren. Het alarm is een droog, snel ratelend trrrrt, dat vaak de eerste aanwijzing is. Zingt vooral in de vroege ochtend en in het begin van het regenseizoen.

Luister: ZangXC934951

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, ronde akalat van 12 tot 13 cm. De bovenzijde is effen olijfbruin, de staart iets warmer bruin. Een klein wit vlekje boven de teugel valt op in het donker van het bos. Keel en borst zijn warm oranjebruin, verbleekt naar een lichtere buik; de flanken zijn grijsachtig olijf. Het oog is groot en donker, de poten roze-grijs. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn donker met okervlekken. Zit rechtop en stil op lage takjes en valt dan naar de grond op een prooi.

Verwarrings­soorten

De bruinflankjanfrederik (Dessonornis anomalus) is groter, met een witte keel, grijze wenkbrauwstreep en grijze borst. Het sterrenpaapje (Pogonocichla stellata) heeft een gele onderzijde en gele staartvlekken. De Kaapse lawaaimaker (Dessonornis caffer) is groter, met een oranje staart en witte wenkbrauw, en zit aan bosranden. De blauwvleugelakalat (Sheppardia gunningi) lijkt het meest, maar leeft in laaglandbos en heeft blauwgrijze vleugeldekveren; hun verspreidingsgebieden overlappen binnen het gebied niet.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig montaan groenblijvend bos, beboste ravijnen en bosranden, ook in oudere secundaire opslag, meestal tussen 1600 en 2500 m. Foerageert laag in de ondergroei en op de bosbodem op kleine insecten, soms bij zwermen trekmieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het noorden van Malawi op het Nyika-plateau en in de Misuku-heuvels; in het noordoosten van Zambia in de bossen van de Zambiaanse kant van Nyika en in de Mafinga-bergen. Buiten het gebied in de bergen van het zuiden en midden van Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Chowo-bos en de bossen rond Chelinda op het Nyika-plateau zijn de bekendste plekken. Luister naar het droge ratelalarm en blijf dan roerloos staan: de vogel komt vaak op ooghoogte kijken. Een ijl, hoog gefluit uit de ondergroei zonder zichtbare vogel is vaak deze soort of de bruinflankjanfrederik.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in geschikt bos niet zeldzaam, maar haar leefgebied is beperkt tot versnipperde bergbossen. Binnen het gebied liggen de belangrijkste populaties in beschermd bos op het Nyika-plateau; kap en branden in de Misuku-heuvels en de Mafinga-bergen vormen een lokale bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Sheppardia sharpei | (Shelley, 1903)

Shelley beschreef de soort in 1903 als Callene sharpei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sheppardia werd in 1909 ingevoerd door Haagner. Sheppardia eert P. A. Sheppard, boer en vogelverzamelaar bij Beira in Mozambique, die het eerste exemplaar van de blauwvleugelakalat vond. sharpei eert de Engelse ornitholoog Richard Bowdler Sharpe (1847–1909), conservator van de vogelcollectie van het British Museum. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Masisi Hill (ligging niet nader bepaald).