Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Bonte baardvogel

Bonte baardvogel | Trachyphonus vaillantii

Crested Barbet | Barbudo Crestado

De bonte baardvogel is een gedrongen, kortstaartige holenbroeder met een geel-rood gespikkeld gezicht en een ruige zwarte kuif. Zijn lange, eentonige tril hoor je vaak langer dan je hem ziet, want hij roept minutenlang vanuit een dode boom of nestkast.

Bonte baardvogel (Trachyphonus vaillantii)
Foto: Jenny Varley — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, gelijkmatige tril, trrrrrrrrrrrr, die tientallen seconden kan aanhouden en aan een ouderwetse wekker doet denken; paren trillen vaak tegen elkaar in. Daarnaast korte nasale knorrende notities en een hard tsjak bij onrust.

Luister: ZangXC1169301

Opname: Paul Lynch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Zwaargebouwd, ongeveer 23 cm, met een korte staart en een dikke bleke snavel met borstels aan de basis. Kop en borst zijn geel met dichte rode spikkels; over de bovenborst loopt een brede zwarte band met witte vlekjes, en de kruin draagt een losse zwarte kuif. De vleugels zijn zwart met witte spikkels, de buik geel met rood aangelopen zijden en de stuit geel. De seksen lijken op elkaar; het vrouwtje is doorgaans iets doffer met minder rood.

Verwarrings­soorten

De zwarthalsbaardvogel (Lybius torquatus) heeft een egaal rood gezicht met een zwarte rand, geen kuif en roept in duet. De Kaapse baardvogel (Tricholaema leucomelas) is zwart-wit met een witte wenkbrauwstreep en mist alle geel. De ruige zwarte kuif in combinatie met het roodgespikkelde gele verenkleed maakt de bonte baardvogel in het gebied onmiskenbaar.

Leefgebied

Breedbladig bos, oeverbos, doornveld met grote bomen, parken en tuinen in de voorsteden. Hij hakt zelf een nestholte uit in dood hout, een paalkop of een omheiningspaal en neemt ook nestkasten in gebruik; andere holenbroeders worden daarbij verdreven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het noordoosten en noorden van het gebied: het noordoosten van Zuid-Afrika, Eswatini, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, de Zambezi-strook van Namibië, Zambia, Malawi, Mozambique en Angola. Ontbreekt in de droge westelijke helft en in het zuiden van Zuid-Afrika. Verder noordwaarts tot in het zuiden van Congo-Kinshasa en Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga af op de tril, die in de vroege ochtend het beste draagt, en zoek dan de vogel op een kale tak of paalkop; hij zit vaak hoog en vrij. In tuinen komt hij op fruit en op nestkasten af. Broedt van september tot december, wanneer het roepen het hardnekkigst is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen. De soort profiteert van tuinen, aangeplante bomen en nestkasten in de voorsteden en heeft haar areaal daardoor plaatselijk uitgebreid. Verlies van dood staand hout beperkt lokaal het aantal nestplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Trachyphonus vaillantii | Ranzani, 1821

Ranzani beschreef de soort in 1821 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trachyphonus voerde hij in datzelfde werk in. Trachyphonus komt van het Griekse trachys, 'ruw', en phone, 'stem' — naar de schorre, rammelende roep van deze baardvogels. vaillantii eert François Levaillant (1753-1824), de Franse ontdekkingsreiziger en ornitholoog die als een van de eersten uitgebreid over de vogels van zuidelijk Afrika publiceerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het zuidoosten van de Kaapprovincie.