Alle soorten › Spechtachtigen

Spechtachtigen | Piciformes

Woodpeckers and allies | Pícidos y afines

De voet heeft twee tenen naar voren en twee naar achteren, een grip waarmee de vogel zich verticaal op een stam of een stengel kan vastzetten. In zuidelijk Afrika loopt de orde van de spechten en de baardvogels tot de honingwijzers: groepen die uiterlijk weinig gemeen hebben, maar alle in holten broeden, uitgehakt of uitgegraven in dood hout, in een aardwand of in een termietenheuvel. Nestmateriaal wordt niet aangedragen, en de ronde witte eieren liggen op de kale bodem of op wat houtsnippers. De jongen komen blind en doorgaans naakt uit het ei en hebben een verhoornd kussentje op het hielgewricht, waarmee ze op die ruwe bodem kunnen steunen. Beide ouders broeden en voeren en houden de nestholte schoon. Vrijwel geen enkele soort van de orde trekt over grote afstand; de bewegingen blijven beperkt tot verplaatsingen achter vruchtdracht of regen aan.

Families in deze orde

  • Afrikaanse baardvogels | Lybiidae26 soortenGedrongen vogels met een grote kop, een korte hals en een zware snavel die aan de basis breed is en bij veel soorten aan de snijrand getand; rond snavelbasis en neusgaten staat een krans van stijve borstelharen, waaraan de groep zijn naam dankt. Het voedsel bestaat in hoofdzaak uit vruchten, vijgen voorop, aangevuld met de bessen van de op takken groeiende vogellijm en in de broedtijd met insecten en termieten; de zaden worden onverteerd uitgescheiden of uitgebraakt, zodat de familie in de verspreiding van beide plantengroepen een aandeel heeft. De nestholte wordt zelf uitgehakt in dood, zacht hout: bij de dwergbaardvogels een ronde opening van nauwelijks twee centimeter in een afgestorven stam of tak, vaak aan de onderzijde daarvan. Het geluid is monotoon en draagt ver — bij de kleine soorten een minutenlang herhaalde tik of klop op één toonhoogte, bij de grotere een duet waarin man en vrouw hun noten om beurten inbrengen, met wiegende kop, opgezette keel en klapperende vleugels. Zwart en wit worden gecombineerd met rood of geel op voorhoofd, keel of stuit, de snavel is bleek tot hoornkleurig, en jonge vogels missen die koptekening grotendeels. Buiten de broedtijd blijven paren en families bijeen en slapen ze gezamenlijk in een holte.
  • Spechten | Picidae15 soortenEen rechte, beitelvormige snavel en een schedel die de klappen opvangt: de snavelbasis rust op sponsachtig bot, zware nekspieren sturen de slag, en de neusgaten liggen achter dekveertjes die het stof tegenhouden. De tong is buitengewoon lang en draagt aan de punt weerhaakjes of kleverig speeksel; hij wordt gedragen door twee dunne, verlengde botstaven die om de schedel heen lopen en de tong ver buiten de snavel schuiven. De staartpennen zijn bij de meeste soorten stijf en spits en dienen bij het klimmen als derde steunpunt; het klimmen gaat in korte rukjes omhoog, de vlucht in golven van enkele slagen en een duik op gesloten vleugels. In plaats van zang gebruiken ze roffels: een snelle serie slagen op een resonerende tak, waarmee het territorium wordt afgekondigd en een partner gelokt.
  • Honingspeurders | Indicatoridae8 soortenEen familie van de Oude Wereld met het zwaartepunt in Afrika. In dit gebied komen acht soorten voor in de geslachten Indicator en Prodotiscus. Het zijn onopvallende, grijsbruine tot olijfgroene vogels met een korte, stevige snavel en klimpoten met twee tenen naar voren en twee naar achteren. Vaak hebben ze witte buitenste staartpennen die in de vlucht oplichten. Honingspeurders zijn broedparasieten. Indicator-soorten leggen hun eieren in holen van baardvogels, spechten, bijeneters en ijsvogels. De vrouwtjes prikken daarbij soms eieren van de gastheer lek. Het jong heeft scherpe haken op de snavelpunt, waarmee het de jongen van de gastheer doodbijt. Die haken verdwijnen daarna. Prodotiscus parasiteert juist kleine zangvogels met open nesten, zoals brilvogels en vliegenvangers. De familie is uniek in het verteren van bijenwas, met hulp van darmmicro-organismen. Naast was eten ze bijenlarven, insecten en schildluisafscheiding. Een dikke huid beschermt tegen steken. De Grote honingspeurder leidt mensen naar bijennesten. Hij trekt de aandacht met een aanhoudend ratelend gekwetter, vliegt in korte etappes vooruit en wacht tot hij gevolgd wordt. Na het uithalen van de honing eet hij van de achtergebleven raten. Honingzoekers in onder meer Mozambique roepen de vogel met een eigen, overgeleverd geluid, waarop hij aantoonbaar reageert. Dat de vogel ook de honingdas zou leiden, is vaak beweerd maar nauwelijks gedocumenteerd.