Alle soorten › Spechtachtigen › Honingspeurders

Honingspeurders | Indicatoridae

Honeyguides | Indicadores

Een familie van de Oude Wereld met het zwaartepunt in Afrika. In dit gebied komen acht soorten voor in de geslachten Indicator en Prodotiscus. Het zijn onopvallende, grijsbruine tot olijfgroene vogels met een korte, stevige snavel en klimpoten met twee tenen naar voren en twee naar achteren. Vaak hebben ze witte buitenste staartpennen die in de vlucht oplichten. Honingspeurders zijn broedparasieten. Indicator-soorten leggen hun eieren in holen van baardvogels, spechten, bijeneters en ijsvogels. De vrouwtjes prikken daarbij soms eieren van de gastheer lek. Het jong heeft scherpe haken op de snavelpunt, waarmee het de jongen van de gastheer doodbijt. Die haken verdwijnen daarna. Prodotiscus parasiteert juist kleine zangvogels met open nesten, zoals brilvogels en vliegenvangers. De familie is uniek in het verteren van bijenwas, met hulp van darmmicro-organismen. Naast was eten ze bijenlarven, insecten en schildluisafscheiding. Een dikke huid beschermt tegen steken. De Grote honingspeurder leidt mensen naar bijennesten. Hij trekt de aandacht met een aanhoudend ratelend gekwetter, vliegt in korte etappes vooruit en wacht tot hij gevolgd wordt. Na het uithalen van de honing eet hij van de achtergebleven raten. Honingzoekers in onder meer Mozambique roepen de vogel met een eigen, overgeleverd geluid, waarop hij aantoonbaar reageert. Dat de vogel ook de honingdas zou leiden, is vaak beweerd maar nauwelijks gedocumenteerd.

Inheemse soorten 8 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Indicator 5 soorten

Prodotiscus 3 soorten