Alle soorten › Spechtachtigen › Honingspeurders › Kleine honingspeurder
Kleine honingspeurder | Indicator minor
Lesser Honeyguide | Indicador Menor
De kleine honingspeurder is de algemeenste honingspeurder van het gebied en de enige die geregeld in tuinen en parken opduikt. Hij leidt geen mensen, maar komt wel af op bijenkasten en was, en parasiteert vooral op baardvogels.
Geluid
Het mannetje roept vanaf een vaste roeptak een reeks van tien tot dertig gelijke, heldere tonen, kliew-kliew-kliew, soms pieuw, met korte tussenpozen urenlang herhaald. Verder weinig geluid.
Opname: Marc Languy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 15 cm, gedrongen met een korte, stompe snavel. Kop grijs met een klein wit vlekje tussen snavel en oog en een smalle zwarte baardstreep. Rug en vleugels olijfgroen, onderdelen lichtgrijs, naar de buik witter. De buitenste staartpennen zijn wit met donkere punten en vallen op bij het wegvliegen. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de baardstreep grotendeels.
Verwarringssoorten
De bleke honingspeurder (Indicator meliphilus) is kleiner, met een groener aangelopen kop, geen baardstreep en een lichtere onderzijde. De schubkeelhoningspeurder (Indicator variegatus) is groter, met gevlekte keel en borst. De bruinrughoningspeurder (Prodotiscus regulus) heeft een dunne, spitse snavel en een bruine rug. De grijze kop met witte teugelvlek en zwarte baardstreep is kenmerkend.
Leefgebied
Allerlei beboste landschappen: gemengd bosveld, oeverbos, bosranden, miombo, plantages, parken en tuinen met hoge bomen; ontbreekt in open grasland en woestijn. Eet was, bijenlarven en insecten. Broedparasiet van baardvogels, vooral de zwarthalsbaardvogel, en daarnaast van spechten en ketellappers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Over het grootste deel van het gebied: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noorden van Namibië, Eswatini, Lesotho (plaatselijk) en een groot deel van Zuid-Afrika tot in de West-Kaap. Ontbreekt in de Namib en de droogste Karoo. Verder over vrijwel heel Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de vroege ochtend naar het herhaalde kliew vanaf een kale tak; de vogel zit daar vaak lang stil en is dan goed te bekijken. In tuinen komt hij op bijenkasten, kaarsvet en honingresten af, en baardvogels jagen hem geregeld luidruchtig weg bij hun nest.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en algemeen. Profiteert van aanplant van bomen in tuinen en steden en van de uitbreiding van gastheren zoals de zwarthalsbaardvogel.
Wetenschappelijke naam
Indicator minor | Stephens, 1815
Stephens beschreef de soort in 1815 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Indicator voerde hij in datzelfde werk in. Indicator is Latijn voor 'aanwijzer, verklikker' — naar het beroemde gedrag van de grote honingspeurder, die mensen naar bijennesten leidt. minor is Latijn voor 'kleiner' — kleiner dan de grote honingspeurder. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zwartkopsrivier bij Uitenhage, Oost-Kaap, Zuid-Afrika.


