Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bonte ijsvogel

Bonte ijsvogel | Ceryle rudis

Pied Kingfisher | Martín Pescador Pío

De bonte ijsvogel is een middelgrote, geheel zwart-witte ijsvogel die als enige in het gebied regelmatig biddend boven open water jaagt en daardoor ook ver van de oever kan vissen. Hij is luidruchtig, sociaal en op veel wateren de meest zichtbare ijsvogel.

Bonte ijsvogel (Ceryle rudis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kwetterend kwik-kwik of tjiek-tjiek, vaak in de vlucht; bij groepen en paren een opgewonden, hoog getjilp en gekwetter, begeleid door vleugelschudden.

Luister: VluchtroepXC1174758

Opname: Ray Tsu 诸仁 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 27 cm. De bovendelen zijn zwart met veel witte vlekken en randen, de kuif is kort en rafelig, en een witte wenkbrauwstreep loopt boven een zwart oogmasker. De onderdelen zijn wit. Het mannetje heeft twee zwarte borstbanden, een brede bovenste en een smalle onderste; het vrouwtje één, in het midden vaak onderbroken. De snavel is lang en zwart. In de vlucht een witte vleugelstreep en een witte staartbasis met zwarte eindband.

Verwarrings­soorten

Door het zwart-witte verenkleed en het bidden nauwelijks te verwarren. De Afrikaanse reuzenijsvogel (Megaceryle maxima) is veel groter, leigrijs met witte stippen en heeft veel kastanjebruin op borst of buik.

Leefgebied

Vrijwel alle open, heldere wateren: rivieren, meren, dammen, pannen, lagunes, estuaria en beschutte kustwateren, zolang er vis is en zitplaatsen of oeverwallen in de buurt zijn. Jaagt biddend enkele meters boven het water en stort zich loodrecht naar beneden, of duikt vanaf een tak of paal. Broedt in gangen in steile oeverwanden, vaak in losse kolonies met helpers die bij het voeren helpen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Over het grootste deel van het gebied bij open water: in heel Zuid-Afrika behalve de droogste delen van de Karoo en de Noordwest-Kaap, in Lesotho, Eswatini, Zimbabwe, Mozambique, Malawi, Zambia, Angola, het noorden en oosten van Botswana en het noorden en midden van Namibië, plaatselijk ook langs de Oranjerivier en bij dammen in drogere streken. Verder over heel Afrika ten zuiden van de Sahara, in de Nijlvallei en in het Midden-Oosten, en in Zuid- en Zuidoost-Azië tot in China.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op vrijwel elke grotere dam of rivier te vinden; let op een zwart-witte vogel die met snelle vleugelslagen en omlaag gehouden snavel stil boven het water hangt. Groepen verzamelen zich 's avonds op vaste slaapplaatsen in riet of bomen. Aan het Kariba- en het Malawimeer en in de Okavango zijn ze bijzonder talrijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen tot zeer algemeen. Profiteert van dammen en stuwmeren, maar lijdt plaatselijk onder vervuiling, vertroebeling van water en verstoring van oeverwanden.

Wetenschappelijke naam

Ceryle rudis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Alcedo rudis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ceryle werd in 1828 ingevoerd door Boie. Ceryle gaat terug op het Griekse kērulos, een niet thuis te brengen en waarschijnlijk mythische vogel die Aristoteles en anderen noemen. rudis is Latijn voor 'ruw' of 'ongetemd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.