Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Glansijsvogel

Glansijsvogel | Alcedo quadribrachys

Shining-Blue Kingfisher | Martín Pescador Brillante

De glansijsvogel is een donkere, glanzend blauwe ijsvogel met een zwarte snavel en diep kastanjebruine onderdelen, een soort van bosrivieren in Centraal- en West-Afrika. In het gebied bereikt hij alleen de noordelijke randen, waar hij langs door galerijbos overschaduwde stromen leeft.

Glansijsvogel (Alcedo quadribrachys)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoge, dunne en doordringende tsiet of psiep, meestal in de vlucht laag over het water; soms snel herhaald als tsi-tsi-tsi.

Luister: VluchtroepXC745599

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 17 cm. De bovendelen zijn diep purperachtig blauw met een fel glanzende, hemelsblauwe streep over rug en stuit. De kruin is fijn lichter blauw gespikkeld, de wangen zijn donkerblauw. De keel en een vlek aan de halszijde zijn wit tot bleek oranjegeel, de rest van de onderdelen diep roestig kastanjebruin. De snavel is zwart, de poten rood. De seksen zijn vrijwel gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een donkere borstwaas.

Verwarrings­soorten

De kobaltijsvogel (Alcedo semitorquata) is lichter blauw, met bleker kaneelkleurige onderdelen en een blauwe vlek aan weerszijden van de borst; beide soorten komen in Angola en Zambia plaatselijk samen voor. De malachietijsvogel (Corythornis cristatus) is veel kleiner, met een rode snavel en een gebandeerde kuif. De witbuikijsvogel (Corythornis leucogaster) is klein, met een rode snavel en een witte buik.

Leefgebied

Beboste oevers van rivieren en beken, zowel snelstromend als traag, verder meren, moerasbos en lagunes met overhangende begroeiing, vaak in schaduw. Zit laag boven het water en duikt naar kleine vissen, kikkers en waterinsecten. Nestelt in een gang in een steile oeverwand.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden: in Angola in het noorden en noordoosten (onder meer Cabinda, Uíge, Malanje en de Lundas) en in het noordwesten en noorden van Zambia, vooral in de galerijbossen van Mwinilunga en in het stroomgebied van de Luapula. Verder van Senegal door West- en Centraal-Afrika tot in Zuid-Soedan, Oeganda en het westen van Kenia en Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zien in de galerijbossen van het noordwesten van Zambia, bijvoorbeeld langs de beken bij Mwinilunga, door rustig op een uitkijkpunt boven een beek te wachten. De vogel verraadt zich meestal eerst door zijn hoge roep; bij gunstig licht glanst de rug opvallend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het areaal vrij algemeen. In het gebied beperkt tot een smalle strook; het verlies van galerijbos door kap, landbouw en mijnbouw is hier de voornaamste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Alcedo quadribrachys | Bonaparte, 1850

Bonaparte beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Alcedo werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Alcedo is het Latijnse woord voor 'ijsvogel'. quadribrachys komt van het Latijnse quadri-, 'vier', en brachium, 'arm' — bedoeld zijn de vier tenen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guineekust, West-Afrika (niet nader bepaald).