Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Bruine honingzuiger

Bruine honingzuiger | Anthreptes gabonicus

Mangrove Sunbird | Suimanga Pardo

De bruine honingzuiger is een sobere, bruin-witte honingzuiger van mangroven en kustnabije rivierbossen. Hij heeft geen felle kleuren, maar een opvallende gezichtstekening met een witte wenkbrauw- en baardstreep. Binnen het gebied komt hij alleen aan de noordkust van Angola voor.

Bruine honingzuiger (Anthreptes gabonicus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp tsip en een dun, piepend tsie-tsie. De zang is een korte, hoge en wat schrille reeks noten, snel gebracht vanuit de mangrove.

Luister: ZangXC829794

Opname: Pritam Baruah — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 10 cm, met een korte, vrijwel rechte snavel. De bovendelen zijn grijsbruin, de staart donkerbruin met een zwakke violette glans en smalle witte toppen aan de buitenste pennen. Een witte wenkbrauwstreep en een witte baardstreep worden gescheiden door een donkere oogstreep. De onderdelen zijn vuilwit, soms met een grijsachtige waas op de borst. De seksen zijn vrijwel gelijk; het mannetje heeft een iets violetter glanzende stuit. Jonge vogels zijn wat warmer bruin met een minder duidelijke gezichtstekening.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de violetrughoningzuiger (Anthreptes longuemarei) heeft eveneens een witte wenkbrauw, maar is groter, met een violet glanzende staart en geelachtige buik, en leeft in bosland landinwaarts. Het vrouwtje van de karmeliethoningzuiger (Chalcomitra fuliginosa), die in dezelfde kustzone voorkomt, is groter, met een lange gebogen snavel en gevlekte onderdelen. De violetstaarthoningzuiger (Anthreptes aurantius) is geel of oranjegeel onder.

Leefgebied

Mangroven, kustnabije struwelen en oeverbos langs de benedenloop van rivieren en in lagunes. Foerageert in de mangrovebomen en aan bloeiende struiken, en vangt veel kleine insecten en spinnen tussen het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen langs de kust van Noord-Angola, vanaf Cabinda en de monding van de Kongo zuidwaarts tot omstreeks de benedenloop van de Cuanza. Daarbuiten langs de West-Afrikaanse kust van Gambia tot Gabon en langs de benedenloop van de Kongorivier.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek langs de mangroven van de Kongo-monding of de lagunes ten zuiden van Luanda bij laag water, wanneer de vogels actief in de buitenste mangrovebomen foerageren. Let op het witte gezichtspatroon op een verder saaie, bruin-witte honingzuiger.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverspreid maar gebonden aan mangrove, die langs de Angolese kust plaatselijk wordt gekapt en door kustontwikkeling verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Anthreptes gabonicus | (Hartlaub, 1861)

Hartlaub beschreef de soort in 1861 als Nectarinia gabonica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anthreptes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Anthreptes komt van het Griekse anthos, 'bloem', en threptēs, 'voeder, eter' — naar het drinken van nectar uit bloemen. gabonicus betekent 'uit Gabon', het land waar het eerste exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabon.