Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers

Honingzuigers | Nectariniidae

Sunbirds | Suimangas

Kleine, spitse vogels met een dunne, gebogen snavel en een tong die aan de punt tot een buisje is opgerold en in franjes eindigt: daarmee wordt nectar uit de bloem gezogen zoals door een rietje. Bij bloemen met een te lange kroonbuis wordt de bloembodem van buitenaf doorboord, zodat de nectar wordt genomen zonder dat de vogel de bestuiver is. Anders dan de kolibries, waarop ze uiterlijk lijken maar waaraan ze niet verwant zijn, blijven ze bij het drinken bijna altijd zitten; ze klemmen zich aan de bloemsteel vast en bidden hooguit een tel. Het glanzende blauw, groen en purper van de mannetjes is geen pigment maar structuurkleur — laagjes in de veer die het licht breken, zodat de vogel bij het draaien van zwart naar metaal omslaat; aan weerszijden van de borst zitten vaak felgekleurde pluimpjes die alleen bij balts of dreiging worden uitgeklapt. Verscheidene soorten dragen buiten de broedtijd een dof, vrouwelijk gekleurd kleed, en bij een aantal is de staart bij het mannetje met twee verlengde middelste pennen uitgerust. Het nest is een hangend zakje van plantenvezel en spinrag met een zijingang en een afdakje, door het vrouwtje alleen gebouwd en bij veel soorten van buiten beplakt met rupsenspinsel, plantenpluis en korstmos; het legsel wordt geregeld door koekoeken van het geslacht Chrysococcyx geparasiteerd. De verspreiding volgt de bloei: van de aloë's en ericas van het winterregengebied tot de bloeiende bomen van het miombo- en kustbos, waar de vogels de hele dag door hun territorium bij de rijkste bloemenstruik verdedigen.

Inheemse soorten 44 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Anthreptes 7 soorten

Hedydipna 1 soort

Anthobaphes 1 soort

Cyanomitra 5 soorten

Chalcomitra 4 soorten

Cinnyris 21 soorten

Nectarinia 4 soorten

Deleornis 1 soort