Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Roodborsthoningzuiger

Roodborsthoningzuiger | Chalcomitra senegalensis

Scarlet-Chested Sunbird | Suimanga Pechiescarlata

De roodborsthoningzuiger is de grote, donkere honingzuiger van de savanne waarvan het mannetje een heldere scharlakenrode borst onder een groene keel draagt. Hij is een van de meest opvallende en luidruchtige honingzuigers van het noordoosten van het gebied.

Roodborsthoningzuiger (Chalcomitra senegalensis)
Hoofdfoto · Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een luid, fluitend en vaak herhaald tsjiep-tsjup-tuup, waarbij het mannetje een vaste reeks van drie of vier noten urenlang kan herhalen vanaf een hoge tak. De roep is een scherp tsjiek.

Luister: ZangXC975919

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een grote honingzuiger van 14 tot 15 cm met een lange, sterk gebogen snavel. Het mannetje is donker chocoladebruin tot zwart, met een metaalgroene kruin en keel en een heldere scharlakenrode borst met fijne blauwe dwarsbandjes die alleen van dichtbij zichtbaar zijn. Het vrouwtje is donker olijfbruin boven en geelbruin onder met zware donkere vlekken, vooral op keel en borst, en heeft een lichte baardstreep. Onvolwassen mannetjes zijn als het vrouwtje met verspreide rode veren op de borst.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de amethisthoningzuiger (Chalcomitra amethystina) mist de rode borst en heeft een paarse keel; zijn vrouwtje is lichter en minder zwaar gevlekt onder. De purperbandhoningzuiger (Cinnyris bifasciatus) en de Maricohoningzuiger (Cinnyris mariquensis) zijn kleiner, met een groene rug en een purperen en blauwe borstband. Het mannetje van de groenkeelhoningzuiger (Chalcomitra rubescens) van Angolese en Zambiaanse bossen heeft wel de groene keel maar geen rood.

Leefgebied

Acaciasavanne, gemengd bosveld, mopane- en miomboranden, rivierbos, dorpen, parken en tuinen. Foerageert op bloeiende bomen zoals koraalbomen, Schotia en aloë's, en vangt veel insecten. Mijdt dicht bos en de droge Karoo.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In Zuid-Afrika in het noorden en oosten: Limpopo, Mpumalanga, Gauteng, Noordwest en KwaZulu-Natal zuidwaarts tot het oosten van de Oostelijke Kaap; verder in Eswatini, Zimbabwe, Mozambique, Malawi, Zambia en Angola, en in het noorden en oosten van Botswana en het noorden van Namibië. Daarbuiten over een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en Oost-Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het Krugerpark en rond Pretoria verraadt het mannetje zich vaak eerst door zijn herhaalde fluitende strofe vanaf een dode tak. Bij bloeiende koraalbomen in de winter komen vaak meerdere mannetjes samen, die elkaar luidruchtig achternazitten. Een vrouwtje met een donkere, zwaar gevlekte keel en borst is vaak het best op naam te brengen door op een mannetje in de buurt te letten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen en past zich goed aan tuinen en dorpen aan, waardoor ze in delen van haar areaal toeneemt.

Wetenschappelijke naam

Chalcomitra senegalensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Certhia senegalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chalcomitra werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Chalcomitra komt van het Griekse khalkos, 'brons, koper', en mitra, 'hoofdband, diadeem' — naar de metaalglanzende kop- en keelveren van de mannetjes. senegalensis betekent 'uit Senegal', waar het eerste exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.