Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Bruinrughoningzuiger

Bruinrughoningzuiger | Cyanomitra cyanolaema

Blue-Throated Brown Sunbird | Suimanga Gorjiazul

De bruinrughoningzuiger is een grote, donkere honingzuiger van de kruinlaag van regenwoud, die in het gebied alleen in het noordwesten van Angola en het uiterste noordwesten van Zambia voorkomt. Het mannetje draagt alleen op voorhoofd en keel wat staalblauwe glans; het vrouwtje valt op door haar gestreepte kop.

Bruinrughoningzuiger (Cyanomitra cyanolaema)
Foto: Tommy Andriollo — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, scherp tsjiep of tsjoep dat ver draagt door het bos. Het gezang is een snelle, dalende reeks heldere en harde noten, die door een paar tegelijk gebracht kan worden, vaak vanuit de hoogste kruinen.

Luister: ZangXC1048657

Opname: Alain Malengreau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13 tot 15 cm, fors gebouwd, met een lange, stevige en gebogen snavel. Het mannetje is donker chocoladebruin, boven iets olijfkleuriger, met een staalblauw glanzend voorhoofd en een blauwe keelvlek die in slecht licht zwart lijkt; lichtgele okselpluimen zijn meestal verborgen. Het vrouwtje is olijfbruin boven en grijsbruin onder, met een witte wenkbrauwstreep en een witte baardstreep die de kop een duidelijke tekening geven. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De karmeliethoningzuiger (Chalcomitra fuliginosa) van het kustgebied van Angola is ook donkerbruin, maar het mannetje heeft een violette in plaats van blauwe glans op voorhoofd en keel en leeft in open kustbos en savanne, niet in regenwoud. Het vrouwtje lijkt op dat van de olijfgroene honingzuiger (Cyanomitra olivacea), dat groener is en een vrijwel effen kop heeft. De groenkophoningzuiger (Cyanomitra verticalis) is groen en grijs met een geheel glanzende kop.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van laagland- en middelhoog regenwoud, oude secundaire bossen en de bosranden van koffieplantages met schaduwbomen. Zoekt nectar aan bloeiende bomen en lianen hoog in het bos en vangt insecten tussen het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied vooral in de regenwouden van de escarpment in het noordwesten van Angola, in Cuanza Norte, Uíge, Malanje en Cuanza Sul, met enkele waarnemingen in de Lunda-provincies; verder zeldzaam in het uiterste noordwesten van Zambia bij Mwinilunga. Daarbuiten van Sierra Leone door het West- en Centraal-Afrikaanse regenwoud tot Oeganda, Rwanda en Bioko.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Angola zijn de bossen van Kumbira in Cuanza Sul en de omgeving van Ndalatando in Cuanza Norte de beste plekken. Zoek de soort aan bloeiende boomkruinen en let op de luide roep; het vrouwtje met haar witte kopstrepen is vaak gemakkelijker te herkennen dan het mannetje, dat in het tegenlicht egaal zwart lijkt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid in het Afrikaanse regenwoud. In Angola is het leefgebied klein en versnipperd, en kap van de escarpmentbossen voor landbouw en houtskool vormt daar de voornaamste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Cyanomitra cyanolaema | (Jardine & Fraser, 1852)

Jardine & Fraser beschreef de soort in 1852 als N[ectarinia] cyanolaemus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanomitra werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Cyanomitra komt van het Griekse kuanos, 'donkerblauw, blauwgroen', en mitra, 'hoofdband, diadeem' — naar de metaalglanzende blauwe of groene kop of keel van veel soorten. cyanolaema komt van het Griekse kuanos, 'donkerblauw', en laimos, 'keel' — naar de glanzend blauwe keel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Malabo (Clarence), Bioko, Equatoriaal-Guinea.