Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Angolahoningzuiger

Angolahoningzuiger | Cinnyris oustaleti

Oustalet's Sunbird | Suimanga de Oustalet

De Angolahoningzuiger is een kleine witbuikige honingzuiger met een versnipperd areaal: de hooglanden van Angola en, als aparte ondersoort, het noordoosten van Zambia en Malawi. Het mannetje lijkt sterk op dat van de witbuikhoningzuiger.

Angolahoningzuiger (Cinnyris oustaleti)
Foto: Niall Perrins — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Weinig beschreven. De roep is een hoog tsjip; de zang is een snelle, hoge en kwetterende reeks, vergelijkbaar met maar zwakker dan die van de witbuikhoningzuiger.

Luister: ZangXC1053141

Opname: He Wenjin/文进 — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10 tot 11 cm, met een korte, gebogen snavel. Het mannetje heeft een metaalgroene kop, rug en keel, een smalle glanzend blauwpaarse borstband en een witte buik; de pluimpjes aan de borstzijde zijn oranje en geel. De borstband gaat soms over in een dunne, vage bruinige zoom. Het vrouwtje is grijsbruin boven en vuilwit tot lichtgeel onder, zonder streping. De oostelijke ondersoort rhodesiae heeft een iets bredere, meer paarse band.

Verwarrings­soorten

De witbuikhoningzuiger (Cinnyris talatala) is iets groter, heeft uitsluitend gele borstpluimpjes en komt in het zuiden van Angola en in het grootste deel van Zambia en Malawi voor; waar beide leven, is het oranje in de pluimpjes het enige zekere kenmerk. De westelijke miombohoningzuiger (Cinnyris gertrudis) en de oostelijke miombohoningzuiger (Cinnyris manoensis) hebben een rode borstband en een grijze buik. Vrouwtjes zijn in het veld niet betrouwbaar van die van de witbuikhoningzuiger te scheiden.

Leefgebied

Open miombo en ander loofbos, grazige savanne met verspreide bomen en struiken, randen van dambo's en bosranden in hooglanden, ook struweel op hellingen. Zoekt bloeiende struiken en mistletoe.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Twee gescheiden populaties. De nominaatvorm leeft in het westelijk-centrale hoogland van Angola, van het Benguela-escarpment en de Huíla-plateaus tot Huambo en Bié. De ondersoort rhodesiae leeft in het noordoosten van Zambia, het noorden van Malawi en het uiterste zuidwesten van Tanzania. Daarbuiten mogelijk in het zuiden van Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Angola het best te zoeken op het Huíla-plateau en rond Huambo; in Zambia in het gebied rond Kasama en Mbala. Neem elk witbuikmannetje in die streken goed door en wacht tot het de vleugels heft of balst: pas dan worden de oranje borstpluimpjes zichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar weinig onderzocht; de trend is onbekend. Omzetting van miombo in akkerland is in delen van het areaal een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Cinnyris oustaleti | (Bocage, 1878)

Bocage beschreef de soort in 1878 als Nectarinia oustaleti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris gaat terug op het Griekse kinnuris, de naam van een klein vogeltje dat de lexicograaf Hesychius noemt maar dat niet nader te thuisbrengen is. oustaleti eert de Franse zoöloog Émile Oustalet (1844–1905), ornitholoog aan het natuurhistorisch museum in Parijs. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caconda, Huíla, Angola.