Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Prachthoningzuiger

Prachthoningzuiger | Cinnyris superbus

Superb Sunbird | Suimanga Soberbio

De prachthoningzuiger is de grootste en zwaarste Cinnyris-honingzuiger van het gebied, een bewoner van bosranden in het noorden van Angola. Het mannetje heeft een glanzend violetblauwe keel en een diep bordeauxrode borst en buik; de snavel is opvallend lang.

Prachthoningzuiger (Cinnyris superbus)
Foto: Tommy Andriollo — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, luid tsjip of tsjiek. De zang is een korte, onregelmatige reeks hoge en krassende noten, minder vloeiend dan bij de meeste verwanten.

Luister: VluchtroepXC1085726

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14 tot 16 cm, met een zeer lange, zware en gebogen snavel; het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje. Het mannetje heeft een metaalgroene kruin en rug, een glanzend violetblauwe keel en bovenborst en daaronder een diep bordeauxrode tot kastanjerode borst en buik; in slecht licht lijkt de hele onderzijde zwart. Het vrouwtje is olijfgroen boven met een lichte wenkbrauwstreep, en geel onder zonder streping, met oranje tot roestkleurige onderstaartdekveren.

Verwarrings­soorten

De groenkruinhoningzuiger (Cinnyris johannae) is kleiner, met een groene keel en een helderder scharlakenrode borst; zijn vrouwtje is zwaar gestreept. De koperhoningzuiger (Cinnyris cupreus) is kleiner en koperkleurig glanzend met een zwarte buik. Het ongestreepte gele vrouwtje met oranje onderstaart en lange snavel is kenmerkend.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig laaglandbos, galerijbos, secundair bos, verwilderde aanplant en tuinen bij bos; foerageert vaak hoog in bloeiende bomen, ook bij Erythrina en bananenbloemen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden van Angola: Cabinda en de bosgordel van de noordelijke provincies, zuidwaarts tot ongeveer Cuanza Norte en oostwaarts tot de Lunda-provincies. Daarbuiten van Sierra Leone langs de Golf van Guinee tot Kameroen, Gabon, Congo, Congo-Kinshasa, Oeganda, West-Kenia en Noordwest-Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best in Cabinda en de bossen van Uíge en Cuanza Norte, bij bloeiende bomen aan bosranden en in oude koffieplantages. Let op het formaat en de extreem lange snavel: geen andere honingzuiger in dat bos is zo groot en donker.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Over het grote areaal vrij algemeen; in het noorden van Angola plaatselijk achteruit door bosverlies.

Wetenschappelijke naam

Cinnyris superbus | (Shaw, 1809)

Shaw beschreef de soort in 1809 als Certhia superba; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris gaat terug op het Griekse kinnuris, de naam van een klein vogeltje dat de lexicograaf Hesychius noemt maar dat niet nader te thuisbrengen is. superbus is Latijn voor 'prachtig, voortreffelijk', naar het schitterend gekleurde mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Malembo, Cabinda, Angola.