Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Groenkruinhoningzuiger

Groenkruinhoningzuiger | Cinnyris johannae

Johanna's Sunbird | Suimanga de Johanna

De groenkruinhoningzuiger is een forse, langsnavelige honingzuiger van het laaglandregenwoud van West- en Centraal-Afrika, die in het gebied alleen het uiterste noordwesten van Angola bereikt. Het mannetje heeft een metaalgroene kop en keel boven een scharlakenrode borst; het vrouwtje is opvallend gestreept.

Groenkruinhoningzuiger (Cinnyris johannae)
Hoofdfoto · Foto: Nik Borrow — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een scherp, metalig tsjik, vaak herhaald. De zang is een korte, snelle reeks hoge noten, afgewisseld met krassende tonen.

Luister: RoepXC398720

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13 tot 14 cm, met een lange, zware en gebogen snavel. Het mannetje heeft een glanzend metaalgroene kruin, rug en keel, daaronder een smalle violette band en een helder scharlakenrode borst die naar de buik overgaat in donker bordeauxrood tot zwartachtig; de borstpluimpjes zijn geel. Het vrouwtje is olijfgroen boven met een lichte wenkbrauwstreep, en geel onder met zware, donkere streping over borst en buik, een tekening die bij honingzuigers in dit bos ongewoon is.

Verwarrings­soorten

De prachthoningzuiger (Cinnyris superbus) is groter, met een violetblauwe in plaats van groene keel en een diep bordeauxrode onderzijde; zijn vrouwtje is ongestreept geel met een oranje onderstaart. De olijfbuikhoningzuiger (Cinnyris chloropygius) is veel kleiner, met een korte snavel, een smalle rode band en een olijfgroene buik. Het zwaar gestreepte vrouwtje is de beste sleutel tot de soort.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig laaglandbos, oud secundair bos, galerijbos en boomrijke aanplant; foerageert meestal in de middelste en hogere lagen van het bos, bij bloeiende bomen en klimplanten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het uiterste noordwesten van Angola, in de enclave Cabinda en mogelijk in de bosgordel van het noordelijke binnenland; gegevens zijn schaars. Daarbuiten van Sierra Leone en Liberia langs de Golf van Guinee tot Kameroen, Gabon, Congo en Congo-Kinshasa.

Hoe en wanneer kijken

Een soort voor het regenwoud van Cabinda (Maiombe); zonder bezoek aan die enclave is de kans op een waarneming binnen het gebied klein. Let op bloeiende bomen aan bosranden en kijk bij een groenkoppig mannetje met rode borst naar de keelkleur, en bij vrouwtjes naar de zware streping.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Over het grote areaal vrij algemeen; in het gebied kwetsbaar door houtkap en ontbossing in het noorden van Angola.

Wetenschappelijke naam

Cinnyris johannae | Verreaux & Verreaux, 1851

Verreaux & Verreaux beschreef de soort in 1851 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris gaat terug op het Griekse kinnuris, de naam van een klein vogeltje dat de lexicograaf Hesychius noemt maar dat niet nader te thuisbrengen is. johannae eert Johanna Verreaux, de vrouw van de Franse natuuronderzoeker Édouard Verreaux, die de soort met zijn broer Jules beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabon.