Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Groenkeelhoningzuiger
Groenkeelhoningzuiger | Chalcomitra rubescens
Green-Throated Sunbird | Suimanga Gorjiverde
De groenkeelhoningzuiger is een donkere honingzuiger van de Centraal-Afrikaanse regenwoudzone, die in het gebied alleen de noordelijke randen bereikt, in het noorden van Angola en het noordwesten van Zambia. Hij leeft hoog in de kruinen van bos en galerijbos.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een scherp, hoog tsjip of tsiep, en een snel, hoog en wat schril gekwetterd gezang, vaak vanuit de kruin van een hoge boom.
Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een compacte honingzuiger van 12 tot 13 cm met een vrij korte staart en een lange, gebogen snavel. Het mannetje is roetzwart tot zwartbruin, met een metaalgroene kruin en keel en daaronder een smalle violette band op de bovenborst; de groene keel loopt niet door in een rode of paarse borst. Het vrouwtje is donker olijfbruin boven, en lichter onder met zware donkere vlekken en strepen op keel en borst; de keel is vaak het donkerst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
Het mannetje van de amethisthoningzuiger (Chalcomitra amethystina) heeft een groene kruin maar een paarsviolette keel en leeft in meer open bosveld. Het mannetje van de roodborsthoningzuiger (Chalcomitra senegalensis) heeft onder de groene keel een helder scharlakenrode borst. Het mannetje van de karmeliethoningzuiger (Chalcomitra fuliginosa) is bruiner met een violette kruin en keel. De vrouwtjes van deze soorten lijken sterk op elkaar; let op het gezelschap, het habitat en de sterke vlekking van keel en borst.
Leefgebied
Randen en open plekken van vochtig bos, galerijbos langs rivieren, secundair bos en oude aanplant, meestal in de kruinlaag. Bezoekt bloeiende bomen en klimplanten, en zoekt insecten tussen het bladerdek.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied beperkt tot het noorden van Angola (Cabinda, Uíge en de Lunda-provincies) en het noordwesten van Zambia, vooral het district Mwinilunga. Daarbuiten van Nigeria en Kameroen oostwaarts door het Congobekken tot Oeganda, West-Kenia en het noordwesten van Tanzania.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Zambia het best in de galerijbossen rond Mwinilunga, waar hij samen met andere bosvogels van de kruinlaag foerageert. Kijk vanaf een open plek of rivieroever omhoog naar bloeiende bomen en wacht tot een mannetje in de zon zit om de groene keel te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en in het grootste deel van zijn areaal algemeen. In het gebied is hij zeldzaam en afhankelijk van het behoud van galerijbos en bosranden, die door houtkap en landbouw onder druk staan.
Wetenschappelijke naam
Chalcomitra rubescens | (Vieillot, 1819)
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Cinnyris rubescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chalcomitra werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Chalcomitra komt van het Griekse khalkos, 'brons, koper', en mitra, 'hoofdband, diadeem' — naar de metaalglanzende kop- en keelveren van de mannetjes. rubescens is Latijn voor 'rood wordend, roodachtig'; waar de naam op slaat is onduidelijk, want het mannetje is overwegend zwartbruin met een groene keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit benedenloop van de Kongo (oude koninkrijken Kongo en Kakongo).

