Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Kabouterhoningzuiger
Kabouterhoningzuiger | Cinnyris minullus
Tiny Sunbird | Suimanga Enano
De kabouterhoningzuiger is de kleinste soort van het geslacht Cinnyris: een honingzuiger van ongeveer 8 à 9 cm en nog geen 6 gram. Het is een vogel van de West- en Centraal-Afrikaanse regenwouden, die in het gidsgebied alleen in de Angolese enclave Cabinda is vastgesteld.
Geluid
Scherpe, korte roepjes als 'tsjew'. De zang is een snelle reeks hoge noten op wisselende toonhoogte.
Opname: Rod Cassidy — CC BY-NC-SA 4.0 · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een metaalglanzend groene kop, rug en keel, een blauwe stuit en een zwarte staart met blauwpaarse glans. Over de borst loopt een smalle blauwe band met daaronder een bredere, maar in verhouding kleine rode band; aan de zijkanten van de borst zitten citroengele plukjes, die vaak verborgen blijven. De buik is donker olijfkleurig. Het vrouwtje is onopvallend olijfbruin van boven, met een vage olijfgele wenkbrauwstreep, een grijzige keel en olijfkleurige, geel aangezette onderdelen. Bij beide seksen is de snavel opvallend kort en bijna recht. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
Sterk gelijkend op de olijfbuikhoningzuiger (Cinnyris chloropygius), die in hetzelfde gebied voorkomt. De kabouterhoningzuiger is kleiner, heeft een kortere en rechtere snavel en het mannetje heeft een smallere rode borstband. Vrouwtjes zijn in het veld nauwelijks van andere vrouwelijke honingzuigers te onderscheiden.
Leefgebied
Primair en secundair regenwoud, vooral bosranden en open plekken; elders in het areaal ook tussen verspreide bomen in savanne en rond dorpen. Foerageert meestal hoog in het bladerdak, alleen of in paartjes, soms in gemengde groepen. Eet nectar, insecten en spinnen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Wijdverbreid in de regenwoudzone van West- en Centraal-Afrika, van Sierra Leone tot Kameroen, Gabon, het oosten van DR Congo en het westen van Oeganda, inclusief Bioko. Het gidsgebied ligt helemaal aan de zuidrand van dit areaal: de soort is alleen bekend uit de Angolese enclave Cabinda, met enkele recente waarnemingen (2022–2023) bij Belize in het noorden van Cabinda. Elders in zuidelijk Afrika ontbreekt hij; de enclave is een uitloper van het Centraal-Afrikaanse woudgebied.
Hoe en wanneer kijken
In het gidsgebied is dit een zeer moeilijk te vinden soort: er zijn maar een handvol waarnemingen, alle uit het noorden van Cabinda. Wie er zoekt, richt zich op bloeiende bomen aan bosranden. Door de gelijkenis met de olijfbuikhoningzuiger is een goede foto, met aandacht voor de snavellengte en de breedte van de rode band, bijna onmisbaar.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) dankzij het zeer grote areaal; in delen daarvan algemeen, elders schaars. In het gidsgebied is de soort zeldzaam en uitsluitend aan de rand van zijn verspreiding aanwezig.
Wetenschappelijke naam
Cinnyris minullus | Reichenow, 1899
Reichenow beschreef de soort in 1899 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris gaat terug op het Griekse kinnuris, de naam van een klein vogeltje dat de lexicograaf Hesychius noemt maar dat niet nader te thuisbrengen is. minullus is Latijn voor 'zeer klein', een verkleinvorm verwant aan minor ('kleiner'); de kleinste soort van zijn geslacht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Yaoundé, Kameroen.
