Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Bruinkapvinkleeuwerik

Bruinkapvinkleeuwerik | Eremopterix leucopareia

Fischer's Sparrow-Lark | Terrera Cariblanca

De bruinkapvinkleeuwerik is een Oost-Afrikaanse vinkleeuwerik die het gebied alleen in het uiterste noordoosten raakt. Het mannetje lijkt op de bruinrugvinkleeuwerik, maar heeft een bruine in plaats van zwarte kruin en een grijsbruine in plaats van kastanjebruine rug. In zuidelijk Afrika is elke waarneming het documenteren waard.

Bruinkapvinkleeuwerik (Eremopterix leucopareia)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kort, droog tsjip en een zacht prrrp in de vlucht. De zang is een eenvoudige, herhaalde reeks fluitende tonen, gezongen in een golvende zangvlucht, lijkend op die van de bruinrugvinkleeuwerik.

Luister: RoepXC603158

Opname: Thibaut Chansac — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. De kleinste vinkleeuwerik, met een dikke, lichte snavel. Het mannetje heeft een warmbruine kruin en nek, een zwart gezicht met een grote witte wang, een zwarte keel en een zwarte streep midden over borst en buik; de flanken zijn lichtbruin. Rug en vleugels zijn grijsbruin met lichte randen, zonder kastanje. Het vrouwtje is lichter, zandbruin met een bruine kruin, een witte wang omzoomd door donkere lijnen en een kleine donkere buikvlek.

Verwarrings­soorten

De bruinrugvinkleeuwerik Eremopterix leucotis is iets groter, met een geheel zwarte kruin, een witte nekvlek en een helder kastanjebruine rug en vleugels; hij is in het noorden van het gebied de verwachte soort. De grijsrugvinkleeuwerik Eremopterix verticalis heeft een witte kruinvlek en komt alleen ver in het zuidwesten voor. Vrouwtjes zijn te verwarren met de roodkapleeuwerik Calandrella cinerea, die een dunne snavel heeft en geen buikvlek.

Leefgebied

Kort, droog grasland en open vlakten met veel kale grond, overbegraasde weiden, randen van zoutpannen en bouwland. In Oost-Afrika vaak op zwarte kleigrond en in open acaciasavanne, meestal in groepjes of zwermen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen bekend als dwaalgast of zeldzame grensvogel in het uiterste noordoosten van Zambia en het noorden van Malawi, aansluitend op de populatie van Tanzania. Daarbuiten in Kenia, Tanzania en het oosten van Oeganda, noordwaarts tot in het zuiden van Ethiopië.

Hoe en wanneer kijken

Alleen te verwachten in droge, open vlakten in het uiterste noorden van Malawi en Zambia, vooral bij de grens met Tanzania. Controleer groepjes vinkleeuweriken daar op een bruine kruin en een grijsbruine rug; beschrijf en fotografeer elke vogel, want de soort is in het gebied nauwelijks gedocumenteerd.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen in Oost-Afrika, waar hij baat heeft bij kort begraasd grasland. Voor het gebied van deze gids heeft de soort alleen de betekenis van een zeldzame gast.

Wetenschappelijke naam

Eremopterix leucopareia | (Fischer & Reichenow, 1884)

Fischer & Reichenow beschreef de soort in 1884 als Coraphites leucopareia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eremopterix werd in 1836 ingevoerd door Kaup. Eremopterix komt van het Griekse erēmos, 'woestijn', en pterux, 'vleugel' — vogels van droge, open landschappen. leucopareia komt van het Griekse leukos, 'wit', en pareia, 'wang' — naar de witte wangen van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Klein-Arusha, Noord-Tanzania.