Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Bruinkopapalis

Bruinkopapalis | Apalis alticola

Brown-Headed Apalis | Apalis Cabecipardo

De bruinkopapalis is een grijze apalis met een warmbruine kruin en een witte onderzijde, die in paren door het bladerdak van bos en bosranden trekt. Hij werd lang als ondersoort van de grijze apalis gezien. In het gebied komt hij voor in het noorden van Angola, het noorden van Zambia en het noorden van Malawi.

Bruinkopapalis (Apalis alticola)
Foto: Tom Field — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, doordringend duet: de ene vogel zingt een herhaald tsjuwie-tsjuwie-tsjuwie, de andere valt in met een droog trrrip-trrrip. Contactroep een kort tsik. Het duet is vaak het enige wat een paar in het bladerdak verraadt.

Luister: VluchtroepXC1065620

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 13 cm, met een lange, getrapte staart. Kruin en voorhoofd zijn warmbruin, scherp afgezet tegen de grijze nek en rug; de wangen zijn grijzer. De onderzijde is wit, op de flanken licht grijzig. De staart is grijs met witte punten en witte buitenranden aan de buitenste pennen. Snavel zwart, poten roze-bruin. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een doffere, minder bruine kruin. Houdt zich meestal hoog in de begroeiing op en beweegt de staart druk heen en weer.

Verwarrings­soorten

De grijze apalis Apalis cinerea van het West-Angolese hoogland heeft hooguit een bruinige waas op het voorhoofd zonder scherpe grens, en meer wit in de staart. De halsbandapalis Apalis thoracica van de hooglanden van Zambia en Malawi heeft een zwarte borstband en een groenige of grijze rug. De geelborstapalis Apalis flavida heeft een groene rug en gele borst. De mekkercamaroptera Camaroptera brachyura heeft een korte staart en groene vleugels. De bruine kap boven een grijze rug en een witte onderzijde zonder band zijn doorslaggevend.

Leefgebied

Randen van afromontaan en submontaan bos, galerijbos, dichte struwelen en rijk, vochtig miombo met veel ondergroei, van ongeveer 1000 tot 2400 meter. Foerageert in paren of in gemengde groepen op insecten in de kronen en de middelste etage.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het noorden van Angola (onder meer Uíge), in het noorden en noordoosten van Zambia (het noordelijke plateau en de hooglanden langs de grens met Malawi en Tanzania) en in het hoogland van Noord-Malawi. Daarbuiten in het zuiden van Congo-Kinshasa, het westen en zuiden van Tanzania en het zuidwesten van Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; zoek in de bosranden rond Uíge in Angola, of in bos en rijk miombo op het noordelijke plateau van Zambia en in het hoogland van Noord-Malawi. Het duet verraadt het paar; wacht tot een vogel in het licht komt en let op de bruine kruin tegen de grijze rug.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in een groot areaal. Plaatselijk gaat leefgebied verloren door kap van bos en miombo en door branden, maar de soort gebruikt ook bosranden en secundaire begroeiing.

Wetenschappelijke naam

Apalis alticola | (Shelley, 1899)

Shelley beschreef de soort in 1899 als Cisticola alticola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Apalis werd in 1833 ingevoerd door Swainson. Apalis komt van het Griekse hapalos, 'teer, sierlijk' — naar deze slanke, fijn gebouwde zangertjes. alticola is Latijn voor 'bewoner van de hoogte', van altus, 'hoog', en -cola, 'bewoner' — naar het leefgebied in hooglandbossen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fife, bij Isoka, Noord-Zambia.