Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Cholobergalethe
Cholobergalethe | Chamaetylas choloensis
Thyolo Alethe | Alete de Cholo
De Cholobergalethe is een grote, lijsterachtige bosbodemvogel die alleen voorkomt in de middelhoge bergbossen van het zuiden van Malawi en het noorden van Mozambique. Hij is een van de zeldzaamste vogels van het gebied en leeft in bosresten die steeds kleiner worden; wie hem wil zien, zoekt naar zwermen wandelmieren.
Geluid
De zang is een reeks zachte, heldere en wat weemoedige fluittonen, tie-tjoe-tie, vooral bij dageraad en in de schemering te horen. Bij mierenzwermen geeft hij een scherp tsjuk en een klaaglijk, stijgend hoe-iet; het alarm is een droog geratel.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
17–20 cm, een forse alethe met een krachtige zwarte snavel en lange, vleeskleurige poten. De bovenzijde is warm donkerbruin tot kastanjebruin, de kop iets donkerder en grijzer bruin, zonder wenkbrauwstreep. De onderzijde is helder wit, met grijsbruine borstzijden en flanken. De buitenste staartpennen hebben brede witte punten, die als witte hoeken oplichten wanneer de vogel de staart spreidt of wegvliegt. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn donkerder met oranjebruine spikkels. Zit rechtop op lage takken, wipt met de staart en blijft vaak lang roerloos.
Verwarringssoorten
De witborstalethe Chamaetylas fuelleborni lijkt sterk, maar mist de witte staarthoeken en heeft een iets grijzere kop; in het gebied leeft hij in het noorden van Malawi en elders in bergbossen noordelijker, zodat de twee elkaar nauwelijks overlappen. Gurneys lijster Geokichla gurneyi heeft een oranje onderzijde en witte vleugelstrepen. De roodkaplawaaimaker Cossypha natalensis is kleiner en roestoranje van onderen. De Kaapse lijster Turdus olivaceus heeft een oranje buik en een gele snavel.
Leefgebied
Onderlaag en bodem van vochtig, altijdgroen middelhoog bergbos met een gesloten kronendak en veel strooisel, vooral tussen 1000 en 1700 m, plaatselijk tot 700 m omlaag. Volgt zwermen wandelmieren en vangt insecten en andere ongewervelden die voor de mieren uit vluchten; pikt ook voedsel van de bosbodem. Het nest is een kom van mos en bladeren in een holte van een boom of stronk, meestal enkele meters boven de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied in het zuiden van Malawi op de Mulanje, de Thyolo, de Zomba- en Malosabergen, de Shire-hooglanden en enkele heuvels in de omgeving van Mangochi, en in het noorden van Mozambique op de Namuli, de Mabu, de Chiperone en de Inago. De soort is endemisch voor dit kleine gebied en komt nergens anders ter wereld voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Mulanje en de bosresten rond Thyolo zijn de toegankelijkste plekken. Loop in de vroege ochtend langzaam door het bos en zoek naar een mierenzwerm, herkenbaar aan de geluiden van mierenvolgers en het geritsel in het strooisel. Blijf daar stilstaan: de alethe komt vaak laag op een tak zitten en valt dan op door de witte onderzijde en de witte staarthoeken.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (2018). Het areaal is klein en versnipperd, en het middelhoge bos waarin de soort leeft is op veel plaatsen gekapt voor thee, akkerbouw en brandhout; op de Namuli is het bos op de middelste hellingen grotendeels verdwenen en in de Shire-hooglanden en op de Thyolo resten vaak alleen kleine bosjes in theeplantages. De ontdekking van populaties op de Mabu en elders in Mozambique heeft de wereldpopulatie hoger doen schatten.
Wetenschappelijke naam
Chamaetylas choloensis | (Sclater, 1927)
Sclater beschreef de soort in 1927 als Alethe choloensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chamaetylas werd in 1860 ingevoerd door Heine. Chamaetylas komt van het Griekse khamai, 'op de grond', en tulas, 'lijster', naar deze gedrongen, rechtop staande, langpotige vogels van de bosbodem en de lage ondergroei (Keith et al., 1992). choloensis verwijst naar de Cholo-berg (nu Thyolo) in het zuiden van Malawi, waar de soort werd ontdekt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Thyolo-berg (Cholo), Malawi.
