Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Diadeemkievit

Diadeemkievit | Vanellus coronatus

Crowned Lapwing | Avefría Coronada

De diadeemkievit is de kievit van droog, kort grasland, van de Kalahari tot de sportvelden en bermen van de steden. Zijn zwarte kap met witte ring is van ver te zien, en zijn raspende, luide roep, ook 's nachts, is een van de vertrouwdste geluiden van het open veld in zuidelijk Afrika.

Diadeemkievit (Vanellus coronatus)
Foto: Dick Daniels (http://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, raspend kriiep of kie-wiet, vaak in snelle reeksen bij verstoring en ook 's nachts; paren en groepjes alarmeren samen. Bij indringers duikvluchten met een aanhoudende, hoge roep.

Luister: VluchtroepXC1145856

Opname: Marna Buys — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

29–31 cm. De bovendelen en de borst zijn zandbruin, de buik is wit en een smalle zwarte band scheidt borst en buik. De kruin is zwart en wordt omgeven door een brede witte ring, als een diadeem. De snavel is rood met een zwarte punt, het oog geel, de poten zijn helderrood. In de vlucht toont de vleugel een brede witte band over de dekveren en zwarte slagpennen; de staart is wit met een zwarte eindband. De geslachten zijn gelijk; jonge vogels hebben lichte veerzomen en een onscherpe kruintekening.

Verwarrings­soorten

De zwartvleugelkievit Vanellus melanopterus en de rouwkievit Vanellus lugubris hebben een grijze kop met een witte voorhoofdsvlek in plaats van een zwarte kap met witte ring. De wapenkievit Vanellus armatus is zwart, wit en grijs en staat vrijwel altijd bij water. Geen andere kievit in het gebied heeft deze koptekening met rode poten.

Leefgebied

Droog, kort of kaal grasland en open doornveld, vaak op overbegraasde of afgebrande grond; verder sportvelden, golfbanen, vliegvelden, bermen en braakliggend land. Minder aan water gebonden dan de wapenkievit. Het nest is een kuil op kale grond, vaak omringd door stukjes mest of steentjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Over het grootste deel van het gebied: Zuid-Afrika, Lesotho, Eswatini, Botswana, Namibië en Zimbabwe, en verder zuidelijk en midden-Angola, het zuiden en westen van Zambia, het zuiden van Mozambique en plaatselijk Malawi. Schaarser in de vochtige kustvlakte en het bosrijke noorden en in de kern van de Namib. Buiten het gebied in Oost-Afrika tot Ethiopië en Somalië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Overal in het open land, ook midden in de steden. Let bij een sportveld of een grasberm op het raspen: vaak staan de vogels met hun zandkleur tussen de pollen en zie je ze pas als ze roepen. In het broedseizoen blijven paren boven je hoofd duiken tot je doorloopt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen en profiteert van beweiding, sportvelden en open terrein bij bebouwing. Nesten op kale grond gaan soms verloren door maaien en betreding.

Wetenschappelijke naam

Vanellus coronatus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Charadrius Coronatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vanellus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Vanellus is het verkleinwoord van het Latijnse vannus, 'wanmolen' — naar het geluid en de vorm van de brede, ronde vleugels in vlucht, die aan een wiekende wanmolen doen denken. coronatus is Latijn voor 'gekroond' — naar de zwarte kruin met de witte ring eromheen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.