Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Dougalls stern
Dougalls stern | Sterna dougallii
Roseate Tern | Charrán Rosado
Dougalls stern is een bleke stern met lange witte staartspiesen die in zuidelijk Afrika slechts op een paar eilanden broedt. Anders dan de meeste sterns in het gebied is hij hier geen trekvogel uit het noorden, maar een standvogel met een eigen, kleine populatie. In Zuid-Afrika geldt hij als bedreigd.
Geluid
Een kenmerkend zacht, tweelettergrepig tsjoe-wie en een raspend aaach of kraak, vooral bij de kolonie.
Opname: Ricardo Hevia — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
33–38 cm, waarvan een flink deel staartspiesen. De bovendelen zijn zeer bleek zilvergrijs, bleker dan bij visdief en noordse stern, en de onderdelen zijn wit met in broedkleed een roze gloed. In broedkleed een zwarte kap; de snavel is dan grotendeels rood met een donkere punt, bij vogels in het gebied vaak meer rood dan bij Europese vogels. De staartspiesen zijn zuiver wit en steken in zit ver voorbij de vleugelpunt. Van onderen zijn de vleugels vrijwel geheel wit, alleen de buitenste handpennen tonen een smalle donkere rand. In winterkleed wit voorhoofd, zwarte snavel en een zwakke carpaalbalk. De vlucht is opvallend snel en ondiep, met stijve vleugelslagen.
Verwarringssoorten
De visdief Sterna hirundo is donkerder grijs, met een donkere wig in de handpennen, een bredere donkere achterrand onder de vleugel en kortere staartspiesen. De noordse stern Sterna paradisaea heeft een kortere snavel, kortere poten en grijzere onderdelen. De Antarctische stern Sterna vittata is gedrongener, met grijze onderdelen in broedkleed. De grote stern Thalasseus sandvicensis is groter, met een zwarte snavel met gele punt en een kortere staart.
Leefgebied
Kustwateren, vooral boven het ondiepe kustplat, en baaien. Broedt op kleine, rotsachtige of begroeide eilanden voor de kust, vaak tussen andere zeevogels, en nestelt in de beschutting van struiken of rotsen. Vist door vanaf enkele meters hoogte te duiken, vaak in groepen van 20 tot 100 vogels samen met pinguïns en meeuwen boven scholen kleine vis.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied broedt de soort alleen in Zuid-Afrika: de hoofdkolonie ligt op Bird Island in de Algoabaai (Oost-Kaap), met ruim 200 paren, en een klein aantal broedt op Dyer Island bij Gansbaai (West-Kaap). Na de broedtijd verspreiden de vogels zich langs de zuid- en oostkust, zelden tot in het zuiden van Mozambique en westelijk tot False Bay; in mei keren ze naar de kolonies terug. Daarbuiten broedt de soort verspreid in de tropische Indische Oceaan, de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste plek is de Algoabaai bij Port Elizabeth (Gqeberha) tussen mei en oktober; vanaf een boot rond de eilanden of vanaf de pier bij Cape Recife zijn foeragerende vogels te zien. Let in groepen visdieven op een witter ogende stern met lange staart en een snelle, stijve vlucht. Het broedeiland zelf is niet toegankelijk.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in Zuid-Afrika als bedreigd aangemerkt vanwege de zeer kleine populatie op één of twee eilanden. De aantallen daalden sterk tussen de jaren dertig en zeventig en herstellen sindsdien. Risico's zijn verstoring van de kolonies, predatie door meeuwen, olierampen in de Algoabaai en voedseltekort door visserij.
Wetenschappelijke naam
Sterna dougallii | Montagu, 1813
Montagu beschreef de soort in 1813 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sterna werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, dat voorkomt in het gedicht The Seafarer; de Friezen gebruikten een verwant woord voor sterns. dougallii eert de Schotse arts en verzamelaar Peter McDougall (1777–1814), die het eerste exemplaar bezorgde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Cumbraes in Schotland.

