Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns

Meeuwen en sterns | Laridae

Gulls and terns | Gaviotas y charranes

Drie volledig door zwemvlies verbonden voortenen en een kleine, hoog geplaatste achterteen: deze vogels kunnen op het water rusten, en dankzij zoutklieren boven de ogen ook zeewater drinken. Binnen de familie staan twee bouwvormen naast elkaar: zwaardere vogels met een stevige, aan de punt licht gehaakte snavel, die vrijwel alles eten wat ze te pakken krijgen, en slankere vogels met een dunne, spitse snavel die ze biddend omlaag gericht houden om zich daarna in het water te laten vallen. Ze broeden vrijwel altijd in kolonies op de grond, met één tot drie gevlekte eieren; de donzige jongen blijven bij het nest en worden door beide ouders gevoerd, anders dan de zelf foeragerende jongen van de steltlopers. De meeste soorten ruien twee keer per jaar en hebben in de winter een andere koptekening; bij de grootste soorten duurt het twee tot vier jaar voordat het volwassen kleed compleet is.

Inheemse soorten 24 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Chlidonias 3 soorten

Chroicocephalus 2 soorten

Gelochelidon 1 soort

Hydroprogne 1 soort

Larus 2 soorten

Onychoprion 2 soorten

Rynchops 1 soort

Sterna 5 soorten

Sternula 2 soorten

Thalasseus 4 soorten

Xema 1 soort

Dwaalgasten 12 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.