Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Grote stern

Grote stern | Thalasseus sandvicensis

Sandwich Tern | Charrán Patinegro

De grote stern is een slanke, bleke kuifstern met een lange zwarte snavel met een gele punt. Hij broedt in West-Europa en rond de Zwarte en Kaspische Zee en brengt de noordelijke winter door langs de koude kusten van zuidelijk Afrika, waar hij in gezelschap van de grote kuifstern op stranden en zandbanken rust.

Grote stern (Thalasseus sandvicensis)
Foto: Shino jacob koottanad — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, raspend kerr-ick of kirrik, vooral in vlucht en bij opstijgende groepen van de rustplaats; jonge vogels bedelen met een hoog, dun kri-kri.

Luister: VluchtroepXC1180651

Opname: Paul Kelly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 40 cm, met lange, smalle vleugels en een korte gevorkte staart. De bovendelen zijn zeer licht zilvergrijs, de onderdelen wit, zodat de vogel op afstand bijna wit lijkt. In de periode dat hij hier verblijft is het voorhoofd wit en vormt de zwarte achterkruin een rafelige kuif; in maart en april krijgen sommige vogels weer een volledig zwarte kap. De snavel is lang, dun en zwart met een gelige punt; de poten zijn zwart. In vlucht vallen de donkere buitenste handpennen op, die door slijtage in de loop van de winter een donkere wig vormen. Jonge vogels hebben donkere V-vormige tekening op mantel en dekveren en een kortere snavel, soms zonder gele punt.

Verwarrings­soorten

De grote kuifstern (Thalasseus bergii) is veel groter, donkerder grijs op de rug en heeft een dikke gele snavel. De Bengaalse stern (Thalasseus bengalensis) heeft een oranje snavel en een grijze stuit. De zeldzame sierlijke stern (Thalasseus elegans) heeft een lange, licht gebogen oranje snavel; let op mogelijke hybriden en op grote sterns met een lichte snavel. De visdief (Sterna hirundo) is kleiner, met rode poten en een kortere, niet gele snavelpunt.

Leefgebied

Kustwateren, baaien, lagunes en estuaria, meestal binnen enkele kilometers van de kust. Duikt met een stoot van tien meter hoogte naar kleine scholvis. Rust in groepen op zandstranden, zandbanken, pieren en in havens, vaak tussen grote kuifsterns, visdiefjes en meeuwen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het talrijkst langs de westkust, van zuidelijk Angola via de kust van Namibië (Walvisbaai, Sandwich Harbour, Lüderitz) tot de West-Kaap; in kleinere aantallen oostwaarts langs de Oost-Kaap en schaars tot KwaZulu-Natal en Mozambique. Broedt in Europa van Ierland tot de Zwarte Zee en rond de Kaspische Zee, met een verwante vorm in Amerika; overwintert langs de kusten van Afrika, de Middellandse Zee en het Midden-Oosten.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek de grote stern in de zomermaanden op de rustplaatsen in de lagune van Walvisbaai, bij de monding van de Bergrivier en in de Langebaanlagune. Bij opkomend tij zitten ze samen met grote kuifsterns op de zandbanken; de slanke, bijna witte vogels met zwarte snavel springen er direct uit. Ringvogels uit Europa worden hier regelmatig afgelezen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De Europese broedpopulatie is gevoelig voor vogelgriep, die in 2022 grote kolonies trof, en voor verstoring en overstroming van de broedeilanden. In zuidelijk Afrika geen specifieke bedreigingen, al kan verstoring van de rustplaatsen door recreatie en honden plaatselijk een rol spelen.

Wetenschappelijke naam

Thalasseus sandvicensis | (Latham, 1787)

Latham beschreef de soort in 1787 als Sterna sandvicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. sandvicensis betekent 'van Sandwich', de plaats in het Engelse graafschap Kent waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sandwich in Kent, Engeland.