Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Drieteenmeeuw
Drieteenmeeuw | Rissa tridactyla
Black-Legged Kittiwake | Gaviota Tridáctila
De drieteenmeeuw is een middelgrote, echte zeemeeuw van de noordelijke oceanen, die buiten de broedtijd ver op open zee leeft. Het is een van de zeldzaamste meeuwen in zuidelijk Afrika: er zijn slechts drie gevallen, alle bij de Kaap.
Geluid
Buiten de kolonie grotendeels stil. In de kolonie het bekende, nasale kittie-wee-eek, waaraan de Engelse naam ontleend is.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–41 cm. Volwassen vogels hebben een witte kop en onderdelen, middelgrijze bovendelen en vleugels die naar de punt toe bleker worden, en scherp afgesneden, zuiver zwarte vleugelpunten zonder witte vlekken, alsof ze in inkt zijn gedoopt. De snavel is ongetekend geel, de poten zijn kort en zwart. In winterkleed een grijze vlek achter het oog en een grijze achternek. Jonge vogels hebben een opvallend zwart W-patroon over de bovenvleugels, een zwarte nekband en een zwarte staarteindband, en een zwarte snavel. De vlucht is licht en veerkrachtig, met snelle, stijve vleugelslagen, en bij harde wind scherend over de golven.
Verwarringssoorten
De Hartlaubs meeuw Chroicocephalus hartlaubii en de grijskopmeeuw Chroicocephalus cirrocephalus hebben een rode of donkere snavel, rode poten en witte voorvleugels met zwart en wit in de vleugelpunt. De vorkstaartmeeuw Xema sabini is kleiner, met een gevorkte staart en een scherp driekleurig vleugelpatroon; jonge vogels van beide soorten kunnen op afstand worden verward. De dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus is in jeugdkleed ook W-getekend, maar veel kleiner.
Leefgebied
Open oceaan, buiten de broedtijd ver buiten het continentaal plat. Eet kleine vis, kreeftachtigen en ander zoöplankton dat hij van het oppervlak pikt of in korte duiken vangt, en volgt vissersschepen voor afval. Rust op het water; komt aan land alleen bij stormen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied tweemaal vastgesteld op zee voor de kust van de zuidwestelijke Kaap en eenmaal aan land, bij Hermanus in de West-Kaap (november 1987). Broedt in kolonies op kliffen rond de noordelijke Atlantische en Stille Oceaan en overwintert op zee tot ongeveer de keerkring, zelden tot in de wateren voor West-Afrika.
Hoe en wanneer kijken
Een kans bestaat alleen op pelagische tochten uit Kaapstad of bij een zeetrekpost na zware stormen. Let op een meeuw met zwarte, als gedoopte vleugelpunten of, bij een jonge vogel, een zwarte W en zwarte nekband tussen de Hartlaubs meeuwen en vorkstaartmeeuwen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd kwetsbaar door een sterke afname in de noordelijke Atlantische Oceaan, waar broedsucces is ingestort door veranderingen in de voedselketen als gevolg van zeewateropwarming en visserij op zandspiering. Voor zuidelijk Afrika zonder betekenis voor het behoud.
Wetenschappelijke naam
Rissa tridactyla | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Larus tridactylus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rissa werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Rissa gaat terug op het IJslandse rita, de plaatselijke naam voor de drieteenmeeuw. tridactyla is Grieks voor 'drieteenig', van tri- 'drie' en daktylos 'teen': de achterteen is bij deze meeuw tot een stompje teruggebracht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Groot-Brittannië.

