Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Afrikaanse schaarbek
Afrikaanse schaarbek | Rynchops flavirostris
African Skimmer | Rayador Africano
De Afrikaanse schaarbek is een sternachtige vogel met een unieke snavel: de ondersnavel is een derde langer dan de bovensnavel en scheert bij het foerageren door het wateroppervlak. Met zijn zwart-witte verenkleed en oranjerode snavel is hij het symbool van de grote rivieren van de Okavango, de Chobe en de Zambezi.
Geluid
Een scherp, blaffend kip of kek, in kolonies en bij verstoring snel herhaald tot een schril gekwetter, kek-kek-kek-kek.
Opname: Phil Gregory — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 38 cm, met lange, smalle vleugels die ver voorbij de korte, licht gevorkte staart reiken. Bovendelen, kruin en achterhals zijn zwartbruin, voorhoofd, gezicht en onderdelen zuiver wit; de vleugel heeft een smalle witte achterrand. De snavel is lang, zijdelings plat als een mes, oranjerood met een gele punt, en de ondersnavel steekt duidelijk voorbij de bovensnavel uit. De korte poten zijn rood. Het oog heeft een verticale, katachtige pupil. Seksen gelijk, het mannetje iets groter. Jonge vogels zijn bruiner met lichte randen aan de veren van de bovendelen en een doffere, zwartachtige snavel met een kortere onderkaak.
Verwarringssoorten
In het gebied onmiskenbaar; de enige andere schaarbek, de Amerikaanse schaarbek (Rynchops niger), is een uitzonderlijke dwaalgast die groter is, zuiverder zwart op de bovendelen en een rode snavel met een zwarte voorste helft heeft. Van een afstand kunnen rustende groepen aan sternen doen denken, maar de zwart-witte tekening en de dikke rode snavel zijn altijd kenmerkend.
Leefgebied
Brede, trage rivieren, meren en lagunes met open water en blootliggende zandbanken en zandige eilanden, waarop de vogels rusten en in losse kolonies broeden. Foerageert laag over kalm water met de ondersnavel door het oppervlak, meestal in de schemering, in de nacht en in de vroege ochtend, op kleine vissen die het water opwellen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Broedt langs de Okavango en de Chobe in Botswana en de Caprivistrook van Namibië, langs de Zambezi en haar zijrivieren in Zambia, Zimbabwe en Mozambique, langs de Luangwa en op de oevers van het Malawimeer en de Shire in Malawi, en langs de grote rivieren van Angola. Vroeger broedde de soort ook zuidelijker, tot in KwaZulu-Natal; daar nu slechts een schaarse dwaalgast. Verder in Afrika ten zuiden van de Sahara van Senegal en de Nijl tot Kenia en Tanzania.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een boottocht op de Chobe bij Kasane of in de Okavango-panhandle in augustus tot oktober levert vrijwel zeker schaarbekken op, rustend op zandbanken of scherend over het water bij zonsondergang. Houd afstand van broedkolonies: de eieren liggen onbeschermd op het zand en oververhitten snel wanneer ouders worden opgejaagd.
Staat van instandhouding
Volgens de hier gevolgde IUCN-gegevens niet bedreigd, maar de soort gaat in grote delen van Afrika achteruit. Broedkolonies worden bedreigd door stijgend water bij stuwdammen, verstoring door boten en toeristen en het vertrappen van zandbanken door vee en mensen. In zuidelijk Afrika bestaat de populatie uit hooguit enkele duizenden vogels, geconcentreerd op een klein aantal rivieren.
Wetenschappelijke naam
Rynchops flavirostris | Vieillot, 1816
Vieillot beschreef de soort in 1816 als Rhyncops flavirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rynchops werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rynchops komt van het Griekse rhunkhos, 'snavel', en ōps, 'gezicht' — een 'snavelgezicht', naar de opvallende snavel met de veel langere ondersnavel. flavirostris komt van het Latijnse flavus, 'geel', en rostrum, 'snavel' — naar de oranjegele snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.
