Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Elliots specht

Elliots specht | Dendropicos elliotii

Elliot's Woodpecker | Pito de Elliot

Elliots specht is een centraal-Afrikaanse bosspecht die het gebied alleen in het uiterste noordwesten van Angola bereikt. Het is een onopvallende, effen olijfkleurige specht met een lange snavel en een bleek gezicht, die vooral in gemengde groepen hoog in het bos wordt gevonden.

Elliots specht (Dendropicos elliotii)
Foto: Lionel CASSET — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Weinig bekend en niet luidruchtig. Een hoog, schel kie-kie-kie en een droog ratelend tsjrrr. Roffelt kort en zelden.

Luister: RoepXC548159

Opname: Magnus Wadstein — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 20 cm, met een vrij lange, rechte snavel. De bovendelen zijn egaal olijfgroen, zonder banden of vlekken. Het gezicht en de keel zijn bleek geelbruin, zonder duidelijke baardstreep. De onderdelen zijn geelachtig olijf met donkere lengtestreping op borst en flanken. Het mannetje heeft een zwarte voorkruin en een rode achterkruin; bij het vrouwtje is de hele kruin zwart. Staart donker olijfbruin.

Verwarrings­soorten

De olijfspecht (Dendropicos griseocephalus) heeft een grijze kop, een rode stuit en een ongestreepte buik. De bruinoorspecht (Campethera caroli) heeft een donkerbruine oorvlek en een gevlekte borst. De termietenspecht (Campethera nivosa) is kleiner, met een korte snavel en dicht gevlekte onderdelen. De geelkruinspecht (Chloropicus xantholophus) is groter, met een goudgele kruin en een witte streep door het gezicht.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos, submontaan bos en galerijbos, ook oude secundaire groei en bosranden. Foerageert in de middelste en hoge etage op dunne takken en lianen, meestal in paren en vaak in gemengde foerageergroepen, en eet mieren, kevers en hun larven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noordwesten van Angola, in Cabinda en de beboste hellingen van het noordelijke binnenland. Verder van het zuidoosten van Nigeria en Kameroen door Gabon, Congo-Brazzaville en Congo-Kinshasa tot in het westen van Oeganda.

Hoe en wanneer kijken

Een soort voor wie in de bossen van het noordwesten van Angola zoekt; volg gemengde groepen van bulbuls, drongo's en vliegenvangers in de kruin en let op een olijfkleurige specht die langzaam langs dunne takken werkt. Het bleke, bijna ongetekende gezicht is het beste herkenningspunt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het centraal-Afrikaanse woudblok wijdverspreid. In Angola beperkt tot een klein, door ontbossing bedreigd bosgebied, zodat de soort daar kwetsbaar is voor kap en omzetting naar landbouw.

Wetenschappelijke naam

Dendropicos elliotii | (Cassin, 1863)

Cassin beschreef de soort in 1863 als Polipicus Elliotii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendropicos werd in 1849 ingevoerd door Malherbe. Dendropicos is samengesteld uit het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse picus, 'specht': een 'boomspecht'. elliotii eert de Amerikaanse ornitholoog Daniel Giraud Elliot (1835–1915). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Munirivier, Gabon.