Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Finsch' frankolijn

Finsch' frankolijn | Scleroptila finschi

Finsch's Francolin | Francolín de Finsch

Finsch' frankolijn is een weinig bekende rode-vleugelfrankolijn van de grazige hoogvlakten en het open miombo van Angola, die binnen het gebied verder alleen het uiterste noordwesten van Zambia bereikt. Het is de meest effen en roodbruin getinte soort van zijn geslacht.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

Een reeks hoge, piepende fluittonen die in een ritmische frase overgaan, kwie-kwie-kwierrik, vooral bij zonsopgang; in de broedtijd roepen de vogels vanaf een verhoging in het gras.

Luister: DuetXC687279

Opname: Derek Engelbrecht — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 34 cm, forser dan de meeste verwanten. Het verenkleed is warm roodbruin, met een effen kaneelkleurige tot rossige keel zonder zwarte omlijsting of halsband. De borst is roodbruin met fijne lichte vlekjes, de buik bleker, okerkleurig met vage kastanjebruine tekening. De bovendelen zijn bruin met zwarte en kastanjebruine vlekken en lichte schachtstrepen. De kop heeft een vage lichte wenkbrauwstreep. In vlucht zijn de handpennen helder roodbruin. De poten zijn geel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roodvleugelfrankolijn (Scleroptila levaillantii), die in Angola op dezelfde hoogvlakten voorkomt, heeft een roomkleurige keel omringd door een brede zwart-wit gespikkelde halsband en een sterker gebandeerde onderzijde. Archers frankolijn (Scleroptila gutturalis) in het zuidwesten van Angola heeft een witte, zwart omrande keel. Het ontbreken van elke keeltekening is het beste kenmerk van Finsch' frankolijn.

Leefgebied

Grazige hoogvlakten en hellingen met verspreide bomen, open miombo en graslanden met termietenheuvels, meestal boven 1000 m. Prefereert gras dat na branden opnieuw is uitgelopen. Het voedsel bestaat uit zaden, bollen, knollen en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied vooral op de centrale en westelijke hoogvlakten van Angola, van Huíla en Huambo tot Bié en Malanje, en in het uiterste noordwesten van Zambia. Buiten het gebied verspreid in de savannen van Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville en Gabon.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek de soort in de vroege ochtend op de grazige hellingen rond het Angolese hoogland, bijvoorbeeld rond Huambo of de Tundavala-hoogvlakte, en luister naar de piepende roep. Na een veldbrand zijn de vogels op het uitlopende gras het best te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar slecht onderzocht. Wordt plaatselijk intensief bejaagd en verliest grasland aan akkerbouw en frequente branden rond dorpen. In delen van het Angolese hoogland is de soort daardoor schaars geworden.

Wetenschappelijke naam

Scleroptila finschi | (Bocage, 1881)

Bocage beschreef de soort in 1881 als Francolinus Finschi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Scleroptila werd in 1849 ingevoerd door Blyth. Scleroptila komt van het Griekse sklēros, 'stijf', en ptilon, 'veer' — 'met stijve veren'. finschi is een eerbetoon aan de Duitse vogelkundige en ontdekkingsreiziger Otto Finsch (1839–1917). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caconda, Benguela (Angola).