Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Fischers loofbuulbuul

Fischers loofbuulbuul | Phyllastrephus fischeri

Fischer's Greenbul | Bulbul de Fischer

Fischers loofbuulbuul is een olijfbruine buulbuul met een licht oog, van de kustbossen van Oost-Afrika. In het gebied bereikt hij alleen het noordoosten van Mozambique, waar hij in de ondergroei van laaglandbos een van de meest gehoorde vogels kan zijn.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

Een nasaal, herhaald tsjrrr en een droog, versnellend gekwetter, tsjuk-tsjuk-tsjrrrrr; bij onrust een schurend alarm. Groepjes roepen vaak lang door vanuit de dichte ondergroei.

Luister: ZangXC1148968

Opname: Kileo Jumah — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm. De bovenzijde is olijfbruin, de staart roestiger bruin. De kop is iets grijzer olijf, met een lichte teugel. De keel is wit en steekt af tegen de grijsolijfkleurige borst; buik en onderstaartdekveren zijn bleek geelachtig. Het opvallendste kenmerk is het lichte, crèmewitte tot lichtgrijze oog. De snavel is vrij lang en slank, donker met een lichtere ondersnavel; de poten zijn grijsroze. De seksen zijn gelijk, het mannetje is groter; jonge vogels hebben een donkerder oog en zijn roestiger van boven.

Verwarrings­soorten

De vale buulbuul Andropadus importunus heeft ook een licht oog, maar is groener, met een kortere snavel, zonder witte keel, en zingt heel anders; hij zit hoger en vaak alleen. De Kaapse loofbuulbuul Phyllastrephus terrestris is groter en bruiner, met een donker oog, en foerageert op de grond. De slanke loofbuulbuul Phyllastrephus debilis is veel kleiner, met een grijze kop en gele onderzijde. Cabanis' loofbuulbuul Phyllastrephus cabanisi leeft in het binnenland in hoger gelegen bos; in de kustbossen van Mozambique is Fischers de te verwachten soort.

Leefgebied

Ondergroei en middelste etage van droog en vochtig kust- en laaglandbos, dicht struikbos en oeverbos in het kustgebied. Foerageert in paren of groepjes op insecten, laag in de struiken en soms op de grond, vaak met gemengde foerageergroepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noordoosten van Mozambique, in de kustbossen van Cabo Delgado en mogelijk Nampula. Meldingen uit Malawi en het binnenland van Zambia berusten waarschijnlijk op verwarring met andere loofbuulbuuls. Buiten het gebied langs de kust en in het kustachterland van Tanzania en Kenia tot in het zuiden van Somalië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het lichte oog in combinatie met de witte keel en het leven in groepjes in de ondergroei is in de kustbossen van Noord-Mozambique kenmerkend. Leg bij een waarneming het geluid vast: het nasale gekwetter onderscheidt de soort van de vale buulbuul, die ook een licht oog heeft.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in de Oost-Afrikaanse kustbossen vrij algemeen. De versnippering van kustbos door landbouw, houtskoolproductie en bebouwing is de belangrijkste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Phyllastrephus fischeri | (Reichenow, 1879)

Reichenow beschreef de soort in 1879 als Criniger Fischeri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phyllastrephus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Phyllastrephus komt van het Griekse phullon, 'blad', en een vorm van strephō, 'omkeren' — 'bladomdraaier', naar het zoeken naar insecten tussen het gebladerte. fischeri eert de Duitse arts en ontdekkingsreiziger Gustav Adolf Fischer (1848–1886), die in Oost-Afrika vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Muniuni bij de monding van de Tana, Kenia.