Alle soorten › Zangvogels › Vanga's en helmklauwieren › Gabelaklauwier

Gabelaklauwier | Prionops gabela

Gabela Helmetshrike | Prionopo de Gabela

De Gabelaklauwier is een van de zeldzaamste endemen van het Angolese escarpment: een helmklauwier met een zwarte kop en borst, een grijsbruine rug en een witte buik, die in kleine groepen door het bladerdak van het bos rond Gabela trekt. Hij is nauw verwant aan Retz' klauwier en werd pas in 1957 beschreven. Over zijn gedrag en broedbiologie is nog weinig bekend.

Gabelaklauwier (Prionops gabela)
Foto: Zieger M — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Schor gekwetter en rollende contactroepen binnen de groep, met snavelklappen, vergelijkbaar met die van Retz' klauwier. Het repertoire is slecht gedocumenteerd.

Luister: VluchtroepXC699948

Opname: Ken Behrens — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm. Kop, keel en borst zijn zwart, met een korte, borstelige kuif op het voorhoofd. Rug en schouders zijn donker grijsbruin, de vleugels zwartbruin. De buik, de flanken en de onderstaartdekveren zijn wit, scherp afgegrensd tegen de zwarte borst. De staart is zwartachtig met witte punten aan de buitenste pennen. De snavel is rood met een gele punt, rond het oog zit een rood leltje en de poten zijn oranjerood. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer en bruiner en missen het leltje.

Verwarrings­soorten

Retz' klauwier Prionops retzii is groter en ook van onderen zwart, met alleen de onderstaartdekveren wit; hij leeft in het miombo van het binnenland en niet op het escarpment. De helmklauwier Prionops plumatus heeft een witte kuif, een witte kraag en een witte keel. De Gabelafiskaal Laniarius amboimensis, die in hetzelfde bos leeft, heeft een kastanjebruine kruin en een geheel witte onderzijde, leeft in de ondergroei en heeft een zwarte snavel.

Leefgebied

Vochtig, halfaltijdgroen bos op het escarpment, grofweg tussen 700 en 1300 m, inclusief secundair bos en oude koffieplantages waar de hoge schaduwbomen zijn blijven staan. Foerageert in het bladerdak en de middelste etage, vaak in gemengde foerageertroepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor West-Angola: het escarpment van Cuanza Sul, vooral rond Gabela, Kumbira, Conda en elders in het oude district Amboim. Buiten Angola komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het Kumbirabos bij Conda is de bekendste plek, samen met de Gabelafiskaal, de Monteiro's klauwier en andere endemen van het escarpment. Let in de kruinen op kleine groepen die met snavelklappen en gekwetter voorbijtrekken; de rode snavel en de witte buik zijn in het halfdonker de beste kenmerken.

Staat van instandhouding

Bedreigd. Het verspreidingsgebied is zeer klein en het bos van het escarpment verdwijnt snel door kap voor landbouw en houtskool en door het kappen van de schaduwbomen in verlaten koffieplantages. Omdat de soort de hoge bomen nodig heeft, is hij gevoeliger voor kap dan de vogels van de ondergroei. Een formeel beschermd gebied ontbreekt.

Wetenschappelijke naam

Prionops gabela | Rand, 1957

Rand beschreef de soort in 1957 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Prionops werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Prionops komt van het Griekse priōn, 'zaag', en ōps, 'oog' — vermoedelijk naar de gekartelde lel rond het oog of de stijve voorhoofdveren. gabela verwijst naar Gabela, een plaats in het westen van Angola waar de soort ontdekt werd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit 15 km ten zuiden van Gabela, Angola.