Alle soorten › Zangvogels › Rietzangers › Geelbuikrietzanger
Geelbuikrietzanger | Calamonastides gracilirostris
Papyrus Yellow Warbler | Zarcero Picofino
De geelbuikrietzanger is een specialist van uitgestrekte papyrusmoerassen, die in het gebied alleen in het noorden van Zambia voorkomt, als de eigen ondersoort bensoni. Hij is olijfbruin van boven en geel van onderen, met een fijne, spitse snavel, en leeft verborgen in de dichte papyrus, waar vooral zijn zang hem verraadt.
Geluid
De zang is een korte, heldere en vloeiende reeks fluittonen en trillertjes, vaak herhaald vanuit de top van de papyrus en in het broedseizoen ook in de vlucht of vanaf een hoge stengel. Roep een zacht tsjip en bij onrust een droog tsjrr.
Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm, slank, met een lange, dunne en spitse snavel en een lange, afgeronde staart. De bovendelen zijn egaal olijfbruin, de kruin iets donkerder; de keel is geelachtig wit en de rest van de onderdelen is dofgeel, op borstzijden en flanken olijfkleurig overwaasd. Een smalle, gelige wenkbrauwstreep loopt tot net achter het oog. De poten zijn donker blauwgrijs, lang en krachtig, aangepast aan het klimmen langs papyrusstengels. De seksen zijn gelijk. Klimt behendig door de papyrusschermen en houdt zich meestal onder de pluimen op.
Verwarringssoorten
De gele rietzanger Iduna natalensis is feller geel van onderen, heeft een brede, platte snavel en een ronde kop, en leeft niet in papyrus maar in ruigte en struiken langs beken en bosranden. De Kaapse rietzanger Acrocephalus gracilirostris is warmbruin van boven en wit van onderen, zonder geel, en de papyrusrietzanger Acrocephalus rufescens is veel groter en donkerbruin. De witvleugelstruikzanger Bradypterus carpalis is donkerbruin met gestreepte borst en een witte vlek op de vleugelboeg.
Leefgebied
Uitgestrekte, permanent overstroomde papyrusmoerassen, plaatselijk met riet en andere hoge moerasvegetatie aan de randen. Zoekt insecten tussen de stengels en in de pluimen. Het nest is een diep kommetje van fijn materiaal, vastgevlochten tussen papyrusstengels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied alleen in het noorden van Zambia, in de papyrusmoerassen van het Mwerumeer, Mweru Wantipa en de benedenloop van de Luapula (ondersoort bensoni). Verder in het Victoriameerbekken en de moerassen van Oeganda, Rwanda, Burundi, het westen van Kenia en het oosten van Congo-Kinshasa.
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond, maar alleen haalbaar met een boot of vanaf een dijk langs de papyrus in het noorden van Zambia, bijvoorbeeld rond Mweru Wantipa of in de Luapula-moerassen. Luister in de vroege ochtend naar de heldere zang en kijk naar de pluimen, waar de vogel even bovenop kan klimmen; de gele buik en de spitse snavel zijn dan te zien.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar volgens de IUCN. Het leefgebied is versnipperd en neemt af door het kappen, verbranden en droogleggen van papyrusmoerassen voor landbouw, vis- en rietwinning. De Zambiaanse populatie is klein, afgelegen en slecht bekend.
Wetenschappelijke naam
Calamonastides gracilirostris | (Ogilvie-Grant, 1906)
Ogilvie-Grant beschreef de soort in 1906 als Chloropeta gracilirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calamonastides werd in 1940 ingevoerd door Grant & Mackworth-Praed. Calamonastides betekent 'lijkend op Calamocaetor' (= Calamoecetor W. Sclater, 1936), een geslachtsnaam voor rietzangers, met het Griekse -idēs, 'gelijkend op'. gracilirostris komt van het Latijnse gracilis, 'slank', en rostrum, 'snavel' — naar de dunne snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Muhokya, Rwenzori, Oeganda.
