Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Geelkruinspecht

Geelkruinspecht | Chloropicus xantholophus

Yellow-Crested Woodpecker | Pito Coronado

De geelkruinspecht is een bosspecht van Centraal-Afrika die het gebied alleen in het uiterste noordwesten bereikt. Het mannetje draagt een gele vlek op de achterkruin, een kleur die bij Afrikaanse spechten verder vrijwel niet op de kop voorkomt.

Geelkruinspecht (Chloropicus xantholophus)
Foto: Nik Borrow — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een snelle, droge en harde reeks, kwiek-kwiek-kwiek, en een luid, lang aanhoudend roffelen dat naar het einde iets vertraagt, het meest opvallende geluid van de soort.

Luister: RoffelXC878191

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 21 cm, een vrij grote, donkere specht met een krachtige snavel. De bovendelen zijn egaal olijfbruin, de staart donker. Het gezicht is bleek met een bruine oorvlek en een bruine baardstreep die samen een donker masker vormen. De onderdelen zijn donker olijfbruin, dicht geschubd en gevlekt met wit. Het mannetje heeft een donkerbruin voorhoofd en een goudgele achterkruin; het vrouwtje heeft een geheel donkerbruine kruin zonder geel.

Verwarrings­soorten

Elliots specht (Dendropicos elliotii) is kleiner en groener, met een egaal olijfgele onderzijde en geen gele kruin. De kardinaalspecht (Dendropicos fuscescens) is kleiner, gestreept en heeft een gebandeerde rug. De baardspecht (Chloropicus namaquus) heeft een zwart-wit gezichtspatroon en leeft in open savanne; de twee soorten overlappen in het gebied nauwelijks.

Leefgebied

Randen van regenwoud, galerijbos, oude secundaire groei en open plekken met dode bomen in bosgebied. Foerageert in de middelste en hogere etage op stammen en dikke takken en hakt krachtig in dood hout naar keverlarven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden en noordoosten van Angola en in het uiterste noordwesten van Zambia (Mwinilunga). Verder van Kameroen en Gabon oostwaarts door Congo-Kinshasa en de Centraal-Afrikaanse Republiek tot Zuid-Soedan, Oeganda en het westen van Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister in galerijbos rond Mwinilunga of in de bosranden van Noord-Angola naar een lange, krachtige roffel; de vogel zit vaak hoog op een dode stam aan de bosrand. Controleer de kruin: alleen het mannetje toont het goudgeel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het centrale deel van het areaal vrij algemeen; de IUCN voert de soort onder de oudere naam Dendropicos xantholophus. In de randzone binnen het gebied schaars en weinig onderzocht; ontbossing van galerijbos is de voornaamste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Chloropicus xantholophus | (Hargitt, 1883)

Hargitt beschreef de soort in 1883 als Dendropicus xantholophus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chloropicus werd in 1845 ingevoerd door Malherbe. Chloropicus komt van het Griekse chlōros, 'groen', en het Latijnse picus, 'specht' — naar de olijfgroene bovendelen van deze spechten. xantholophus komt van het Griekse xanthos, 'geel', en lophos, 'kuif' — naar de gele achterkruin van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabon.