Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Geelparelbaardvogel

Geelparelbaardvogel | Tricholaema hirsuta

Hairy-Breasted Barbet | Barbudo Hirsuto

De geelparelbaardvogel is een middelgrote bosbaardvogel van het Centraal- en West-Afrikaanse regenwoud, die in het gebied alleen in het noorden van Angola voorkomt. Hij dankt zijn Engelse naam aan de haarachtige veerschachten op borst en flanken, en zijn Nederlandse naam aan de gele stippen op de donkere bovendelen.

Geelparelbaardvogel (Tricholaema hirsuta)
Foto: Matthew Patchett — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een reeks lage, holle roepen, oop-oop-oop-oop, vaak lang volgehouden en aan een hop of een tortel doend denken, en een kikkerachtig oork. Tijdens het roepen zet de vogel de keel op en draait de kop heen en weer.

Luister: ZangXC997708

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 17–18 cm, stevig gebouwd met een zware zwarte snavel. Kop zwart met een gele of witte wenkbrauwstreep en een lichte streep onder het oog. Bovendelen zwartbruin met talrijke gele druppelvlekken, stuit en vleugelranden geel. Onderdelen geel tot lichtgeel met zware zwarte vlekken en druppels op borst en flanken; de verlengde, haarachtige veren op de flanken zijn alleen van dichtbij te zien. De seksen verschillen weinig; het vrouwtje heeft vaak een wat zwaarder gevlekte borst.

Verwarrings­soorten

De kaalkopbaardvogel (Gymnobucco calvus) en Pels borstelneus (Gymnobucco peli) zijn egaal bruin zonder geel en vlekken. De geelkopbaardvogel (Stactolaema anchietae) heeft een gele kop en een ongevlekte buik. Tinkerbaardvogels uit het geslacht Pogoniulus zijn veel kleiner. De combinatie van gele stippen op de rug en een zwaar gevlekte gele buik is binnen het gebied kenmerkend.

Leefgebied

Vochtig laaglandregenwoud, oude secundaire bossen, galerijbossen en bosranden, tot plantages met schaduwbomen. Foerageert in de middelste en hoge bladlaag op vruchten, vooral vijgen, aangevuld met insecten. Broedt in een zelfgehakte holte in dood hout.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden van Angola: Cabinda en de bossen van het noordwesten en noordoosten van het land. Verder van Sierra Leone via de Golf van Guinee en het Kongobekken tot in Oeganda, het westen van Kenia en het noordwesten van Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden in de bossen van Cabinda en rond Uíge; ga af op de holle roepreeks, die ver draagt. Een vruchtdragende vijg trekt vaak meerdere baardvogelsoorten tegelijk aan en is de beste plek om te posten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het Centraal-Afrikaanse regenwoud algemeen. In het gebied perifeer en afhankelijk van het regenwoud in het noorden van Angola, dat door houtkap en landbouw terugloopt.

Wetenschappelijke naam

Tricholaema hirsuta | (Swainson, 1821)

Swainson beschreef de soort in 1821 als Pogonias hirsutus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tricholaema werd in 1855 ingevoerd door Verreaux & Verreaux. Tricholaema komt van het Griekse thrix (trichos), 'haar', en laimos, 'keel' — naar de borstelige haarveertjes rond keel en snavelbasis. hirsuta is Latijn voor 'harig, ruig' — naar de haarachtige veertjes op borst en flanken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Goudkust (Ghana), achteraf aangewezen.