Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Geschubde ibis

Geschubde ibis | Bostrychia rara

Spot-Breasted Ibis | Ibis Moteado

De geschubde ibis is een schuwe, gedrongen bosibis van het West- en Centraal-Afrikaanse regenwoud, die in het gebied alleen in het noorden van Angola voorkomt. Hij leeft verborgen langs beken en in moerasbos en wordt veel vaker gehoord dan gezien, vooral in de schemering.

Geschubde ibis (Bostrychia rara)
Foto: Niklas Weber — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, rauwe, herhaalde roep, kaa-kaa-kaa-kaa of kwaa-ha, die in de schemering en soms 's nachts door het bos klinkt, vaak in duet of als meerdere vogels door elkaar.

Luister: VluchtroepXC1175303

Opname: gbaltus — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 52 cm, compact en kortpotig, met een relatief korte, gebogen snavel en een kleine, ruige kuif op het achterhoofd. Het verenkleed is donker olijfbruin, dicht bezet met zandkleurige tot geelbruine druppelvlekken op hals, borst en bovenrug, wat een geschubd patroon geeft. De vleugeldekveren glanzen groen tot blauwpaars. De snavel is donker met een rode basis op de bovensnavel; rond het oog zit een smalle kale huid. De poten zijn donker roodachtig. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met minder vlekken en zonder kuif.

Verwarrings­soorten

In het gebied lijkt alleen de hadada-ibis Bostrychia hagedash erop, maar die is groter, ongevlekt grijsbruin met een witte wangstreep, en leeft in open landschap. De zwarte ibis Plegadis falcinellus is veel slanker en langpotiger en leeft in open moeras, niet in bos.

Leefgebied

Moerasbos, galerijbos en vochtig laaglandregenwoud met beken, poelen en modderige open plekken. Foerageert alleen of in paren op de bosbodem en in drassige plekken, prikkend naar wormen, insectenlarven en andere ongewervelden. Overdag rust hij hoog en verborgen in bomen; het nest is een platform van takken in een boom, vaak boven water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden van Angola, met name in Cabinda en de bosgebieden van het noorden; zeldzaam en slecht bekend. Daarbuiten in het laaglandbos van West- en Centraal-Afrika, van Liberia via Nigeria en Kameroen tot Gabon, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek en de Democratische Republiek Congo.

Hoe en wanneer kijken

Luister in de schemering vanaf een beek of rand van een moerasbos naar de rauwe roepen; de vogel vliegt dan tussen slaapplaats en foerageerplek. Overdag is hij bijna onmogelijk te vinden, tenzij hij opvliegt van de bosbodem. Een lokale gids in Cabinda vergroot de kans aanzienlijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar in het gebied marginaal en weinig onderzocht. Aan de randen van het areaal gevoelig voor ontbossing en jacht; in grote aaneengesloten bossen nog vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Bostrychia rara | (Rothschild, Hartert & Kleinschmidt, 1897)

Rothschild, Hartert & Kleinschmidt beschreef de soort in 1897 als Lampribis rara; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bostrychia werd in 1847 ingevoerd door Gray. Bostrychia komt van het Griekse bostrukhion, 'krulletje, sieraad', een verkleinwoord van bostrukhos, 'krul, rank'. De naam verwijst naar de dunne, afhangende lel aan de keel van de olijfibis. rara is Latijn voor 'zeldzaam' — naar de schaarste van deze verborgen levende bosibis in collecties. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Denkera, Ghana.