Alle soorten › Steltloperachtigen › Vechtkwartels › Gestreepte vechtkwartel
Gestreepte vechtkwartel | Turnix sylvaticus
Common Buttonquail | Torillo Andaluz
De gestreepte vechtkwartel, in de regio van oudsher bekend als Kurrichane-vechtkwartel, is een kleine, kwartelachtige vogel van grasland en savanne die bijna altijd pas wordt gezien als hij vlak voor de voeten opvliegt. Vechtkwartels zijn geen hoenders maar verwanten van de steltlopers; de rollen zijn omgekeerd: het grotere, fellere vrouwtje roept en baltst, het mannetje broedt en voedt de jongen op.
Geluid
Het vrouwtje laat een laag, holklinkend en ver dragend gehoek horen, hoooo-hoooo-hoooo, als een verre misthoorn, vaak in de schemering of 's nachts; het geluid is lastig te lokaliseren. Opvliegende vogels zijn meestal stil.
Opname: Campbell Fleming — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm, met een ronde romp, een zeer korte staart en slechts drie tenen. Bovendelen warm bruin, fijn geschubd en gestreept met zwart en roomwit; de borst is oranjebruin met aan de zijkanten opvallende ronde zwarte vlekken, de buik wit. Kenmerkend is het bleke, witachtige oog in een lichte kop met fijne donkere streepjes. De snavel is slank en blauwgrijs, de poten zijn vleeskleurig. Het vrouwtje is groter en helderder oranje op de borst dan het mannetje. Vliegt laag en kort weg op snorrende vleugels: de bleke zandkleurige vleugeldekveren contrasteren met de donkere slagpennen, en de rug en stuit zijn bruin, niet zwart.
Verwarringssoorten
De Natalvechtkwartel Turnix nanus heeft een donker oog, een roestoranje gezicht en keel en toont in de vlucht een zwartachtige rug en stuit. De kwartel Coturnix coturnix en de harlekijnkwartel Coturnix delegorguei zijn groter, met een langere, puntigere vleugel en een krachtiger, rechtere vlucht over grotere afstand; ze missen de zwarte borstvlekken en het bleke oog.
Leefgebied
Grasland, open savanne en bosveld met een dichte grasmat, braakliggende akkers en de randen van cultuurland, vaak in lang gras na goede regens. Leeft verborgen op de grond en eet zaden en insecten, die hij met krabbende voeten uit het strooisel werkt; laat daarbij kleine ronde kuiltjes achter. Het nest is een kuiltje onder een graspol; de broedduur is met twaalf tot dertien dagen een van de kortste van alle vogels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Wijdverspreid in Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana en het noorden en midden van Namibië. In Zuid-Afrika vooral in het noorden en oosten (Limpopo, Mpumalanga, Gauteng, Noordwest, KwaZulu-Natal en het oosten van Vrijstaat), en in Eswatini; ontbreekt in de West-Kaap, de Karoo en de droogste delen in het westen. Daarbuiten over grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid- en Zuidoost-Azië; de Europese populatie in Zuid-Spanje geldt als uitgestorven.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Loop na de regens langzaam door lang gras of braakland in het bosveld; een vogel die opvliegt, landt meestal na twintig tot vijftig meter en rent dan verder. Let na het landen niet op de plek maar op de rand van de begroeiing. In de schemering verraadt het lage gehoek van het vrouwtje de aanwezigheid.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; wereldwijd een van de meest verbreide vechtkwartels, al heeft de soort in Europa haar laatste populatie verloren. In het gebied algemeen maar onopvallend, met sterke schommelingen die de regenval volgen. Intensieve begrazing en omzetting van grasland in akkers verminderen plaatselijk het leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Turnix sylvaticus | (Desfontaines, 1789)
Desfontaines beschreef de soort in 1789 als Tetrao sylvaticus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turnix werd in 1791 ingevoerd door Bonnaterre. Turnix is een verkorting van de geslachtsnaam Coturnix, het Latijnse woord voor 'kwartel'. sylvaticus is Latijn voor 'van het bos', van silva 'bos'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Algiers.


