Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Gon-gon
Gon-gon | Pterodroma feae
Cape Verde Petrel | Petrel Gon-gon
De gon-gon is een middelgrote grijs-witte Pterodroma die alleen op de Kaapverdische Eilanden broedt en zijn naam dankt aan de roep in de kolonie. In zuidelijk Afrika is hij een uiterst zeldzame dwaalgast, waarvan elke waarneming zorgvuldige documentatie vraagt.
Geluid
Op zee zwijgzaam. In de kolonie 's nachts een klagend, jammerend gon-gon, waaraan de soort haar naam ontleent.
Opname: Nicolas Martinez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 35 cm, slank, met lange vleugels en een vrij zware, zwarte snavel. De bovendelen zijn grijs met een donkere M-tekening over de vleugels; de stuit en staart zijn lichter grijs en steken af tegen de donkere handpennen. Kruin en achterhals zijn grijs, met een zwartachtig masker rond en onder het oog. De onderdelen zijn wit, met hooguit een grijze vlek aan de zijkant van de borst. De ondervleugel is vrijwel geheel donker grijsbruin. De poten zijn vleeskleurig met donkere tenen. Seksen en leeftijden zijn gelijk. Vliegt snel, met hoge bogen en korte series vleugelslagen.
Verwarringssoorten
De donsstormvogel (Pterodroma mollis) is het belangrijkste verwarringsgevaar: die heeft meestal een grijze borstband, donkerder en minder contrasterende bovendelen, een donkere staart en een wat slankere snavel. Baraus stormvogel (Pterodroma baraui) uit de Indische Oceaan heeft een witte ondervleugel met donkere randen. De witkopstormvogel (Pterodroma lessonii) is groter, met een witte kop.
Leefgebied
Diepe, warme open oceaan, vooral boven zeebergen en in gebieden met opwelling van koel water. Eet vooral inktvis en kleine vis, die 's nachts van het oppervlak worden gepikt. Broedt in holen en rotsspleten op steile berghellingen van de Kaapverdische Eilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied slechts enkele gegevens van vogels ver op zee in de Atlantische wateren voor de westkust; omdat de gelijkende donsstormvogel hier algemeen is, is elk geval moeilijk te bevestigen. De soort broedt uitsluitend op de Kaapverdische Eilanden en zwerft buiten de broedtijd door de tropische en subtropische Atlantische Oceaan, tot voor West-Afrika en Brazilië.
Hoe en wanneer kijken
Er is geen plek waar deze soort te verwachten is. Let op pelagische tochten voor de westkust op een donsstormvogel-achtige vogel zonder borstband, met een lichtgrijze stuit en staart die afsteken tegen donkere vleugels, en fotografeer boven- en onderzijde zo volledig mogelijk.
Staat van instandhouding
Bijna bedreigd, met een kleine wereldpopulatie van hooguit enkele duizenden paren. De kolonies worden bedreigd door het rapen van kuikens en volwassen vogels voor consumptie, door katten en ratten en door verstoring van de broedhellingen. Op enkele eilanden worden de kolonies bewaakt.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma feae | (Salvadori, 1899)
Salvadori beschreef de soort in 1899 als Oestrelata feae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pterodroma is Grieks, van pteron 'vleugel' en dromos 'loop, hardloper', naar de snelle, zwierende vlucht. feae eert de Italiaanse zoöloog Leonardo Fea (1852–1903), die op de Kaapverdische Eilanden verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit São Nicolau op Kaapverdië.
