Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Arminjon-stormvogel
Arminjon-stormvogel | Pterodroma arminjoniana
Trindade Petrel | Petrel de Trinidad
De Arminjon-stormvogel is een slanke, langvleugelige Pterodroma die in een lichte, een donkere en tussenliggende vormen voorkomt. Hij broedt op Trindade en Martim Vaz voor Brazilië en in klein aantal op Round Island bij Mauritius, en is in zuidelijk Afrika pas eenmaal met zekerheid vastgesteld.
Geluid
Op zee zwijgzaam. In de kolonies een snel, hoog en kwetterend ki-ki-ki-ki en langgerekte, kreunende roepen.
Opname: Kathryn Hodder — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 37 cm, slank, met lange, smalle vleugels, een vrij lange wigvormige staart en een slanke zwarte snavel. De lichte vorm heeft een grijsbruine kop, hals en borst, witte buik en onderstaartdekveren en donker grijsbruine bovendelen. De donkere vorm is geheel donker grijsbruin; tussenvormen hebben een gevlekte buik. Bij alle vormen is de ondervleugel donker met een opvallend licht vlak aan de basis van de handpennen en vaak een lichte streep langs de grote dekveren. De poten zijn vleeskleurig of donker. Seksen en leeftijden zijn gelijk. Vliegt met soepele, ontspannen slagen en hoge bogen, iets minder snel dan kleinere Pterodroma-soorten.
Verwarringssoorten
De langvleugelstormvogel (Pterodroma macroptera) lijkt op de donkere vorm, maar is forser, met een kortere, dikkere snavel en zonder duidelijk licht vlak onder de handpennen. Schlegels stormvogel (Pterodroma incerta) is groter en zwaarder, met een scherper begrensde witte buik en een geheel donkere ondervleugel. De Kerguelenstormvogel (Aphrodroma brevirostris) is grijzer, met een grote kop en korte staart. Baraus stormvogel (Pterodroma baraui) heeft een witte ondervleugel.
Leefgebied
Warme, diepe tropische en subtropische oceaan, ver buiten het continentale plat. Eet vooral inktvis en vliegende vis, die van het oppervlak worden gepikt. Broedt op rotsrichels en in holten op steile, rotsige eilanden, vaak onder overhangende rotsen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied tot nu toe slechts één aanvaarde waarneming: een vogel die in januari 2014 ongeveer 30 zeemijl ten zuidoosten van Port Elizabeth werd gefotografeerd; dwaalgasten zijn het meest te verwachten in de warme wateren van de Agulhasstroom en voor Mozambique. De soort broedt op Trindade en Martim Vaz in de zuidelijke Atlantische Oceaan en op Round Island bij Mauritius, waar hij hybridiseert met verwante soorten; Atlantische vogels trekken buiten de broedtijd tot in de noordelijke Atlantische Oceaan.
Hoe en wanneer kijken
Er is geen plek waar deze soort te verwachten is. Let bij pelagische tochten boven warm water voor de oostkust op een slanke, langvleugelige stormvogel met een licht vlak onder de handpennen, en fotografeer boven- en onderzijde: de lichte en donkere vormen zijn anders gemakkelijk voor andere soorten aan te zien.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar, omdat de soort op zeer weinig eilanden broedt. Op Trindade verdween het grootste deel van het bos door verwilderde geiten, die inmiddels zijn verwijderd; sindsdien herstelt de vegetatie. De kleine populatie op Round Island profiteert van het herstel van dat eiland na de uitroeiing van konijnen en geiten.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma arminjoniana | (Giglioli & Salvadori, 1869)
Giglioli & Salvadori beschreef de soort in 1869 als Aestrelata Arminjoniana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pterodroma is Grieks, van pteron 'vleugel' en dromos 'loop, hardloper', naar de snelle, zwierende vlucht. arminjoniana eert de Italiaanse marineofficier Vittorio Arminjon, kapitein van het schip op de reis waarin het eerste exemplaar werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Trindade, Brazilië.
