Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Groenkruinloofbuulbuul
Groenkruinloofbuulbuul | Phyllastrephus viridiceps
Angola Greenbul | Bulbul Angoleño
De groenkruinloofbuulbuul is een kleine, olijfgroene buulbuul met een witte keel die alleen in het noordwesten van Angola voorkomt. Hij werd in 1955 beschreven als ondersoort van de witkeelloofbuulbuul en wordt nu, op grond van verschillen in stem en uiterlijk, als aparte soort erkend.
Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Geluid
De zang is een korte, heldere reeks fluitende en kwetterende tonen, anders van ritme dan die van de witkeelloofbuulbuul; verder droge tsjrr-roepjes en een zacht tsjuk in gemengde groepen. De stem is slecht beschreven; opnamen zijn welkom.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
15–17 cm. De kruin is olijfgroen, gelijk van kleur met de rug, zonder de grijze kop van de witkeelloofbuulbuul; de wangen zijn olijfgrijs. Stuit en staart zijn iets bruiner olijf. De keel is wit, de borst olijf met een gele waas, de buik en de onderstaartdekveren helderder geel dan bij de witkeelloofbuulbuul. De snavel is slank en donker met een lichtere ondersnavel, de ogen zijn bruin, de poten grijsroze. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De witkeelloofbuulbuul Phyllastrephus albigularis heeft een grijzer kop die afsteekt tegen de groene rug en een minder gele onderzijde, en zingt anders; in Angola is hij bekend uit het uiterste noorden. De Angolaloofbuulbuul Phyllastrephus fulviventris is groter en bruiner, met een geelbruine buik, en leeft in dezelfde bossen. Cabanis' loofbuulbuul Phyllastrephus cabanisi is groter en langstaartiger. Door de beperkte verspreiding is de vindplaats in het noordwesten van Angola het belangrijkste kenmerk; het geluid bevestigt de determinatie.
Leefgebied
De middelste etage en ondergroei van vochtig laagland- en escarpmentbos en middelhoog bos, ook oud secundair bos en schaduwrijke koffieplantages. Foerageert op insecten tussen bladeren en lianen, in paren of groepjes, meestal met gemengde foerageergroepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het noordwesten van Angola, in de bossen van Cuanza Norte en aangrenzende provincies en langs de westelijke escarpment; de precieze grenzen van het areaal zijn slecht bekend. Komt buiten Angola niet voor.
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. De soort is een doelsoort voor wie de escarpmentbossen van Noordwest-Angola bezoekt; zoek gemengde groepen in de middelste etage en let op een kleine loofbuulbuul met witte keel en groene, niet grijze kruin. Een geluidsopname en een foto van de kop maken een waarneming waardevol.
Staat van instandhouding
Gevoelig op de Rode Lijst, door het kleine areaal en het snelle verlies van bos in Noordwest-Angola door kap, landbouw en het opruimen van schaduwbomen in koffieplantages. De soort is weinig onderzocht en de omvang van de populatie is onbekend.
Wetenschappelijke naam
Phyllastrephus viridiceps | Rand, 1955
Rand beschreef de soort in 1955 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phyllastrephus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Phyllastrephus komt van het Griekse phullon, 'blad', en een vorm van strephō, 'omkeren' — 'bladomdraaier', naar het zoeken naar insecten tussen het gebladerte. viridiceps komt van het Latijnse viridis, 'groen', en -ceps, '-koppig' — naar de groenige kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cantele bij Camabatela, Angola.

