Alle soorten › Zangvogels › Tsjagra's en bosklauwieren › Kaapse tsjagra

Kaapse tsjagra | Tchagra tchagra

Southern Tchagra | Chagra del Cabo

De Kaapse tsjagra is de tsjagra van het dichte kustbos en het valleistruweel van de zuidoostkust, vrijwel endemisch in het gebied. Hij lijkt op de bruinkoptsjagra, maar is groter, donkerder en heeft een opvallend lange, zware snavel.

Kaapse tsjagra (Tchagra tchagra)
Foto: Mariska de Wit — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

In de baltsvlucht stijgt de vogel op met ratelende vleugels en laat een reeks heldere, dalende fluittonen horen, tieuw-tieuw-tieuw-tieuw. Paren zingen in duet, waarbij de partner een snorrende tsjrrrr toevoegt. Ook schorre, raspende alarmroepen.

Luister: RoepXC1163107

Opname: Walter Wallner — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. De kruin is bruin, niet scherp afgezet, met een vuilwitte tot bleek grijze wenkbrauwstreep en een zwarte oogstreep. De rug is warm grijsbruin, de vleugel helder roestrood. De onderzijde is grijs, op de flanken bruiner. De staart is zwart met witte punten. De snavel is zwart, lang en zwaar met een haakje, duidelijk langer dan bij de andere tsjagra’s. Het oog is donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een hoornkleurige snavel. Leeft laag en verborgen in dicht struikgewas.

Verwarrings­soorten

De bruinkoptsjagra Tchagra australis is kleiner, met een kortere snavel, een lichtere onderzijde en een bruine kruin die door smalle zwarte lijnen van de witte wenkbrauwstreep is afgezet; hij leeft in droger bosveld verder naar het noorden. De zwartkruintsjagra Tchagra senegalus heeft een geheel zwarte kruin en een contrastrijkere kop.

Leefgebied

Dicht struweel en bosranden: kustbos en duinstruweel, valleibosveld en dichte doornstruiken in rivierdalen, ook ruige tuinen dicht bij natuurlijk struweel. Foerageert op en vlak boven de grond op insecten en andere ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Vrijwel endemisch in het gebied: van de omgeving van Mosselbaai en de Tuinroute oostwaarts door de Oost-Kaap en KwaZulu-Natal tot in Eswatini en het zuiden van Mozambique rond Maputo; landinwaarts tot in het oosten van Mpumalanga. Buiten het gebied niet bekend.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het best te zien in de Oost-Kaap en langs de kust van KwaZulu-Natal, in de vroege ochtend aan de rand van dicht struweel. Luister naar de fluitreeksen in het voorjaar en let op een vogel die kort boven het struikgewas opstijgt. In droog valleistruweel komt hij soms op open plekken tussen de struiken foerageren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar met een beperkt verspreidingsgebied. Plaatselijk teruggelopen door het kappen van kustbos en struweel voor landbouw, bebouwing en toeristische ontwikkeling; in beschermde gebieden en ruige randen algemeen.

Wetenschappelijke naam

Tchagra tchagra | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Thamnophilus tchagra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tchagra werd in 1831 ingevoerd door Lesson. Tchagra gaat terug op 'Tchagra' van Levaillant (1800), een klanknabootsing van de aanhoudende roep 'tsj tsja tsja gra' van de Zuidelijke tsjagra. tchagra gaat terug op 'Le Tchagra' van Levaillant, een klanknabootsing van de roep van de vogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gamtoosrivier, Oost-Kaap, Zuid-Afrika.