Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Kleine pijlstormvogel

Kleine pijlstormvogel | Puffinus assimilis

Little Shearwater | Pardela Chica

De kleine pijlstormvogel is de kleinste pijlstormvogel van de regio: een compact, scherp zwart-wit vogeltje dat met snelle, zoemende slagen laag over de golven vliegt. De vogels die zuidelijk Afrika bereiken, behoren tot de subantarctische vorm elegans, die op Tristan da Cunha en Gough broedt en door sommige auteurs als aparte soort wordt beschouwd.

Kleine pijlstormvogel (Puffinus assimilis)
Foto: Christopher Stephens — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de kolonies 's nachts een hoog, ritmisch kirrend en kakelend gekoer vanuit de holen.

Luister: VluchtroepXC670184

Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Klein, 25 tot 30 cm, met korte, vrij brede en afgeronde vleugels. De bovendelen zijn leigrijs tot zwartachtig met een blauwgrijze zweem in vers kleed. De donkere kap eindigt boven of net op het oog, zodat het gezicht wit en open oogt, met het oog in het wit of op de grens. De onderdelen, de onderstaartdekveren en de ondervleugel zijn zuiver wit, de ondervleugel met een smalle donkere rand. De korte snavel is donker, de poten blauwgrijs tot roze. Seksen gelijk. Vliegt met reeksen snelle, ondiepe slagen en korte glijvluchten, en duikt vaak kort onder.

Verwarrings­soorten

De noordse pijlstormvogel (Puffinus puffinus) is groter, langvleugeliger, met een kap die tot onder het oog reikt, en vliegt met langere glijvluchten. Baillons kleine pijlstormvogel (Puffinus bailloni) is bruiner van boven en heeft donkere onderstaartdekveren; hij komt vooral voor de oostkust voor. Het alkstormvogeltje (Pelecanoides urinatrix) is nog kleiner, met gonzende vlucht zonder glijden en een zeer korte, stompe snavel.

Leefgebied

Koel tot gematigd zeewater, vaak boven de rand van het continentale plat en bij fronten tussen watermassa's. Duikt veel en diep in verhouding tot zijn formaat en jaagt op kleine vis, inktvis en krill. Volgt zelden schepen. Broedt in holen op met gras begroeide eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Een schaarse gast voor de West-Kaap en de Agulhasbank, vooral in de zuidelijke winter; zeldzaam voor Namibië en de Oost-Kaap. De vorm elegans broedt op Tristan da Cunha, Gough, Amsterdam en Saint-Paul, de Chathameilanden en de Antipoden; andere vormen broeden in West-Australië, op Lord Howe- en Norfolkeiland en rond Nieuw-Zeeland.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De kans is het grootst op pelagische tochten vanuit Kaapstad in de winter, ver uit de kust boven dieper water. Let op een klein, snel zwart-wit vogeltje met een wit gezicht dat laag over de golven zoemt en plotseling onder water verdwijnt. Het is gemakkelijk over het hoofd te zien tussen de talrijkere prionen en stormvogeltjes.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op sommige broedeilanden hebben ingevoerde ratten, katten en muizen grote schade aangericht; na uitroeiing van predatoren herstellen kolonies zich plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Puffinus assimilis | Gould, 1838

Gould beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. assimilis is Latijn voor 'gelijkend' — naar de sterke gelijkenis met verwante kleine zwart-witte pijlstormvogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Norfolkeiland.