Alle soorten › Toerakoachtigen › Toerako's › Knysnaturako
Knysnaturako | Tauraco corythaix
Knysna Turaco | Turaco de Knysna
De Knysnaturako is een grasgroene bosvogel met een witgepunte kuif en een lange staart, die pas in vlucht zijn karmijnrode slagpennen laat zien. Dat rood komt van turacine, een koperhoudend pigment dat alleen bij toerako's voorkomt.
Geluid
Een luid, diep en blaffend kow-kow-kow-kow, dat versnelt en in toon zakt en ver door het bos draagt. Buren nemen de roep over, zodat hij zich door de vallei verplaatst. Daarnaast een grommend krrr tussen partners.
Opname: Walter Wallner — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 40 tot 42 cm lang, waarvan de staart bijna de helft. Kop, hals en borst zijn grasgroen, met een hoge groene kuif met witte punten, een witte streep onder het oog en een korte witte streep ervoor, een karmijnrode oogring en een rode snavel. Rug en vleugels zijn blauwgroen, de lange staart blauwpaars. De handpennen zijn karmijnrood en lichten alleen op als de vogel de vleugels spreidt. Man en vrouw zijn gelijk. Beweegt zich rennend over takken door het kronendak en glijdt van boom naar boom.
Verwarringssoorten
De Livingstones toerako (Tauraco livingstonii) van oostelijk Zimbabwe, Mozambique en Malawi heeft een langere, spitsere kuif met een bredere witte punt; de verspreidingsgebieden overlappen niet. De purperkuiftoerako (Gallirex porphyreolophus) deelt in het oosten hetzelfde bos maar heeft een glanzend violette kuif, geen witte gezichtstekening en een groen-met-paars verenkleed in plaats van egaal groen.
Leefgebied
Groenblijvend Afromontaan en kustbos, dichte oeverbegroeiing en goed beboste tuinen aan de bosrand. Foerageert hoog in het kronendak op vruchten, vooral van wilde vijgen, en verder op bloemknoppen en bladeren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor zuidelijk Afrika. De soort bezet de bosgordel van de zuid- en oostkust en het escarpment, van ongeveer Mosselbaai oostwaarts over de Tuinroute en de bossen van de Oost-Kaap, verder door KwaZulu-Natal en Eswatini tot in het escarpment van Mpumalanga en Limpopo. Noordelijker, vanaf Zimbabwe, wordt ze vervangen door de Livingstones toerako.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De vogel is veel vaker te horen dan te zien. Luister bij het eerste licht naar de blaffende roep en zoek daarna in het kronendak naar een groene vorm die over een tak rent; het rood in de vleugel zie je alleen wanneer hij over een open plek of een bospad glijdt. Vruchtdragende vijgenbomen leveren de beste kans. De bossen rond Knysna, Tsitsikamma en Nature's Valley liggen in het kerngebied.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is gebonden aan bos, maar een groot deel van dat bos ligt in beschermde staatsbossen en natuurgebieden. Lokaal spelen versnippering van kleine bosfragmenten en, in het verleden, het bejagen voor de rode slagpennen en kuifveren een rol. De vogel handhaaft zich ook in goed beboste voorsteden en tuinen naast bos.
Wetenschappelijke naam
Tauraco corythaix | (Wagler, 1827)
Wagler beschreef de soort in 1827 als Spelectos Corythaix; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tauraco werd in 1779 ingevoerd door Kluk. Tauraco is een verlatinisering van 'touraco', een naam die de roep van de vogel nabootst en al in de achttiende eeuw in gebruik was bij Europese ontdekkingsreizigers in West-Afrika. corythaix komt van het Griekse korythaix, 'helmschuddend' (van korys/korythos, 'helm', en aissein, 'schudden') — naar de opvallende, oprichtbare kuif op de kop. Dezelfde stam zit in Corythaeola, de geslachtsnaam van de reuzentoerako. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Knysna, Kaapprovincie.

