Alle soorten › Zangvogels › Afrikaanse zangers › Kretschmers langsnavelzanger

Kretschmers langsnavelzanger | Macrosphenus kretschmeri

Kretschmer's Longbill | Picolargo de Kretschmer

Kretschmers langsnavelzanger is een onopvallende, olijfkleurige bosvogel van de kustbossen en bergbossen van Oost-Afrika, met een lange snavel en een luide stem. In het gebied bereikt hij alleen het noorden van Mozambique, waar hij pas vrij recent in de kustbossen van Cabo Delgado en Nampula is vastgesteld.

Kretschmers langsnavelzanger (Macrosphenus kretschmeri)
Foto: avocat — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een luide, heldere reeks fluittonen, vaak versnellend en in toon dalend, zoals tjoe-tjoe-tjoe-tjie-tjie, en daarnaast snelle, kwetterende frasen. Paren zingen soms in duet.

Luister: ZangXC1143622

Opname: Kileo Jumah — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14 cm. Een vrij grote langsnavelzanger met een lange, rechte, donkere snavel en een middellange staart. De kop is grijs tot olijfgrijs, de rug en vleugels olijfgroen, de staart bruinachtig olijf. De keel is grijswit, de borst en flanken grijsachtig olijf, de buik en onderstaartdekveren lichtgeel. Het oog is roodbruin. De vogel beweegt langzaam en weloverwogen door dicht gebladerte.

Verwarrings­soorten

Fischers loofbuulbuul Phyllastrephus fischeri van hetzelfde kustbos heeft een kortere snavel, een lichte oogring, een witte keel en een roestbruine staart. De slanke loofbuulbuul Phyllastrephus debilis is kleiner, met een grijze kop en een korte snavel. De geelborstbuulbuul Chlorocichla flaviventris is groter, met een geheel gele onderzijde en een witte oogboog. De bruinkopnicator Nicator gularis is veel groter en heeft gele vlekken op de vleugel.

Leefgebied

Dichte lianen en ondergroei van droog kustbos en vochtiger bergbos, vooral aan bosranden en in secundaire begroeiing. Foerageert in paren of met gemengde groepen in de middelste etage, waar hij insecten uit dode bladeren en lianenkluwens haalt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden van Mozambique: de kustbossen van Cabo Delgado (onder meer in het Nationaal Park Quirimbas) en van de provincie Nampula. Daarbuiten in het zuidoosten van Kenia en het oosten van Tanzania, van de kustbossen tot de Eastern Arc-bergen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. In Mozambique een zeldzaamheid van weinig bezochte kustbossen in het noorden; de beste kans is in het Nationaal Park Quirimbas. Luister naar de luide fluitreeks in lianenkluwens en wacht tot de vogel zich laat zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in Tanzania plaatselijk vrij algemeen. De kustbossen van Oost-Afrika zijn echter sterk versnipperd, en de Mozambikaanse populatie is klein en afhankelijk van het behoud van de resterende bossen.

Wetenschappelijke naam

Macrosphenus kretschmeri | (Reichenow & Neumann, 1895)

Reichenow & Neumann beschreef de soort in 1895 als Phyllostrephus kretschmeri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Macrosphenus werd in 1859 ingevoerd door Cassin. Macrosphenus komt van het Griekse makros, 'lang', en sphēn, 'wig' — naar de lange, spits toelopende snavel. kretschmeri eert de Duitse arts en ornitholoog Eugen Franz Kretschmer (1868–1894), die in Oost-Afrika vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kibosho, Kilimanjaro, Tanzania.