Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Madagaskarkoekoek

Madagaskarkoekoek | Cuculus rochii

Madagascar Cuckoo | Cuco Malgache

De Madagaskarkoekoek broedt uitsluitend op Madagaskar en steekt in de zuidelijke winter het Kanaal van Mozambique over naar het Afrikaanse vasteland. In het noordoosten van het gebied is hij een zeldzame, stille en lastig herkenbare gast.

Madagaskarkoekoek (Cuculus rochii)
Foto: Лариса Артемьева — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

In Afrika meestal stil. De zang op Madagaskar is een luid, dalend viertonig kok-kok-kok-kok; die wordt een enkele keer ook in het overwinteringsgebied gehoord, vooral kort voor de terugtrek in augustus en september.

Luister: ZangXC419007

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 27 tot 29 cm lang en rond 60 gram zwaar: een kleine uitvoering van de koekoek. Bovendelen, kop en borst grijs, de buik wit met vrij brede, donkere dwarsbanden; de onderstaartdekveren zijn vaak bleek geelbruin en weinig gebandeerd. Snavel donker met gele basis, oogring en poten geel. De staart is donkergrijs met witte vlekken langs de schachten en een witte eindzoom. Jonge vogels zijn bruiner en wit geschubd.

Verwarrings­soorten

De koekoek (Cuculus canorus) en de Afrikaanse koekoek (Cuculus gularis) zijn duidelijk groter, al is dat in het veld zonder vergelijking moeilijk te zien; de Afrikaanse koekoek heeft bovendien een grotendeels gele snavel. De kleine koekoek (Cuculus poliocephalus) is vrijwel identiek maar overwintert in Oost-Afrika in de tegenovergestelde periode, van november tot april. Zonder geluid of foto is een zekere determinatie vaak niet mogelijk.

Leefgebied

Miombo en ander open bosveld, bosranden en rivierbos. Op Madagaskar broedt hij in bos en struikgewas van zeeniveau tot hoog in de bergen, als broedparasiet van kleine zangvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een zeldzame en onregelmatig waargenomen wintergast in Malawi, Zambia en Mozambique, met een enkele melding verder zuidelijk in Zimbabwe. Het zwaartepunt van de overwintering ligt noordelijker, van Tanzania tot het gebied rond de Grote Meren en het oosten van Congo. De soort broedt alleen op Madagaskar.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let op in april–mei en augustus–september in miombo in Malawi en Noord-Zambia, en neem elke kleine, grijze Cuculus in de zuidelijke winter serieus. Probeer een geluidsopname te maken als een vogel roept: het dalende viertonige motief is het beste kenmerk. Meld waarnemingen met foto of opname, want er zijn maar weinig gedocumenteerde gevallen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Madagaskar is de soort wijdverbreid en algemeen, en hij kan zich goed handhaven in aangetast bos en struikgewas. Ontbossing op het eiland is de voornaamste langetermijnbedreiging, maar tot nu toe is geen duidelijke afname vastgesteld.

Wetenschappelijke naam

Cuculus rochii | Hartlaub, 1863

Hartlaub beschreef de soort in 1863 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cuculus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Cuculus is het Latijnse woord voor de koekoek. rochii eert Sampson Roch (1829–1906), Brits legerarts op de Krim en in India, Mauritius, Madagaskar en Abessinië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Madagaskar.