Alle soorten › Toerakoachtigen › Toerako's › Maskertoerako

Maskertoerako | Crinifer personatus

Bare-Faced Go-Away-Bird | Turaco Enmascarado

De maskertoerako is een grijsbruine savannetoerako met een kaal zwart gezicht en een witte hals, de oostelijke tegenhanger van de vale toerako. Binnen het gebied komt hij alleen aan de uiterste noordrand van Zambia voor.

Maskertoerako (Crinifer personatus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nasaal, blatend gaa-waa of haa-haa-haa, hoger en meer lachend dan het go-waaay van de vale toerako, vaak door een groepje tegelijk.

Luister: RoepXC424520

Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 48 tot 50 cm, met een lange staart. Het gezicht rond oog en snavel is kaal en zwart, als een masker. De kuif is lang, rafelig en grijsbruin. Hals en bovenborst zijn wit of roomwit, de rest van het lichaam grijsbruin, de buik iets roziger bruin. De zuidelijke ondersoort leopoldi mist de groene borstvlek van de Ethiopische nominaatvorm. Snavel en poten zijn zwart. Geen rood in de vleugel. Man en vrouw zijn gelijk. Leeft in paren en kleine groepen en zit graag open in boomtoppen.

Verwarrings­soorten

De vale toerako (Crinifer concolor) is egaal grijs, zonder kaal zwart gezicht en zonder witte hals, en vervangt de maskertoerako zuidelijker in Zambia. Andere toerako's in het gebied zijn groen, blauw of violet met rode handpennen.

Leefgebied

Open bosveld, boomrijke savanne en bosschages op heuvels, randen van miombo en cultuurland met verspreide bomen, vaak in de buurt van water. Eet vruchten, bladeren, knoppen en bloemen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het uiterste noorden van Zambia, in de omgeving van het Tanganyikameer en het Mweru Wantipa-gebied rond Mbala; daar zeldzaam en slecht bekend. Daarbuiten in het oosten van Congo-Kinshasa, Rwanda, Burundi, Oeganda, het westen van Kenia en Tanzania; de nominaatvorm leeft geïsoleerd in het zuidwesten van Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het gebied een zeldzaamheid die alleen gericht in het noorden van Zambia te vinden is. Luister naar het blatende lachen en zoek boomtoppen af; het witte front en het zwarte masker zijn van ver zichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in Oost-Afrika plaatselijk algemeen. Aan de zuidrand van het areaal is de soort schaars, maar er zijn geen aanwijzingen voor een duidelijke achteruitgang.

Wetenschappelijke naam

Crinifer personatus | (Rüppell, 1842)

Rüppell beschreef de soort in 1842 als Chizaerhis personata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Crinifer werd in 1821 ingevoerd door Jarocki. Crinifer komt van het Latijnse crinis, 'haar', en -fer, 'dragend' — 'haardrager', naar de rafelige kuif. personatus is Latijn voor 'gemaskerd', van persona 'toneelmasker', naar het donkere masker rond het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit zuidelijk Ethiopië.